Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 7

Artikel 7.3

Legeskosten verblijfsvergunning gezinshereniging vluchteling

Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Individuele inkomenstoeslag, Meedoenregelingen en Kindpakket 2020

Een uitzondering op deze algemene regel doet zich voor in het geval dat het de gezinsleden van een erkende vluchteling betreft in het kader van gezinshereniging. In deze is het onvrijwillige karakter van het verblijf in Nederland de bijzondere omstandigheid op grond waarvan de noodzakelijke kosten zijn ontstaan. Door niet terug te kunnen keren naar het land van herkomst kan de vluchteling het recht op een gezinsleven ex artikel 8 Europees verdrag voor de rechten van de mens (EVRM) niet uitoefenen. Daartoe zal het gezin wel naar Nederland moeten komen. Dit heeft tot gevolg dat in de legeskosten (aanvragen, wijzigen en/of verlengen) voor de verblijfsvergunningen van de gezinsleden van de vluchteling in verband met gezinshereniging bijzondere bijstand kan worden verleend. Dit geldt voor de vluchteling met Verblijfscodes BRP (Basisregistratie Personen) 26, 27 en 33 met document III of IV of W-document. Dit geldt ook voor de kosten van vertalingen, verplicht gemaakt door een beëdigd vertaler, van relevante officiële documenten zoals trouwakte en geboortebewijzen. Op grond van artikel 48, eerste lid, van de PW wordt de bijstand in beginsel om niet verstrekt. De reiskosten om tot gezinshereniging te komen kunnen niet via de bijzondere bijstand worden vergoed. Deze kosten worden namelijk niet in Nederland maar in het land van herkomst gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel