Een persoon heeft een langdurig laag inkomen als bedoeld in artikel 36, eerste lid, van de PW als gedurende de referteperiode het in aanmerking te nemen inkomen niet hoger is dan 110% van de toepasselijke bijstandsnorm. Als criterium voor langdurig wordt een periode van 3 jaar genomen.
Niet voor de toeslag komt in aanmerking de belanghebbende die een opleiding volgt als bedoeld in de WTOS, dan wel een studie volgt als genoemd in de WSF 2000.
Als één van de gehuwden is uitgesloten van het recht op individuele inkomenstoeslag ingevolge de artikelen 11 of 13, eerste lid, van de PW, komt de rechthebbende echtgenoot in aanmerking voor een individuele inkomenstoeslag naar de hoogte die voor hem/haar als alleenstaande of alleenstaande ouder zou gelden.
Hoofdstuk 8
Artikel 8.2
Criteria voor toekenning
Onderdeel van Uitvoeringsregels Bijzondere bijstand, Individuele inkomenstoeslag, Meedoenregelingen en Kindpakket 2020