In de Wmo 2015 kennen we in tegenstelling tot de Wlz geen grondslagen ten behoeve van begeleiding maar vormt het gesprek (het onderzoek) de basis voor het ondersteuningsplan. Hoe individueel deze maatwerkvoorzieningen ook worden benaderd, er is toch behoefte aan instrumenten om de hulpvraag te objectiveren en hierdoor richting geven aan de ondersteuning. Hiervoor wordt gebruik gemaakt van de zelfredzaamheidsmatrix.
Als een diagnose ontbreekt doordat bv. de cliënt zorg mijdt kan - net als in de Wlz al gebruikelijk was - begeleiding worden ingezet “bij een sterk vermoeden van of bij zorgmijders”. De begeleiding heeft dan tot doel om de situatie te stabiliseren of in ieder geval niet te laten verergeren en is er op gericht de cliënt te bewegen om begeleiding of behandeling te gaan aanvaarden.
We onderscheiden de volgende terreinen waarop geïndiceerd kan worden:
zelfredzaamheid (in staat tot bewegen en verplaatsen, communicatie, het nemen van besluiten, oplossen van problemen, dagelijkse routine kunnen organiseren, geld beheren, administratie, etc.);
gedragsproblemen (destructief gedrag, dwangmatig gedrag, lichamelijk e/of verbaal agressief, seksueel overschrijdend gedrag, etc.);
psychisch functioneren (concentratie, geheugen en denken, perceptie van de omgeving);
oriëntatie stoornissen (oriëntatie in tijd, plaats en persoon).
Hoofdstuk 11.
Artikel 11.2