Bij kortdurend verblijf logeert iemand in een instelling. Hierdoor wordt de mantelzorg ontlast, zodat deze de ondersteuning langer kan volhouden en de cliënt thuis kan blijven wonen. Kortdurend verblijf is bedoeld voor mensen die permanent toezicht nodig hebben. Bijvoorbeeld als er valgevaar is of als de cliënt zelf niet in staat is hulp in te roepen als dat nodig is, of omdat er ernstige gedragsproblemen zijn. Het kan ook gaan om constante ondersteuning of ondersteuning op ongeregelde tijdstippen, bijvoorbeeld voor iemand met een ernstige hartaandoening of dementie. Alleen als er sprake is van een combinatie van voortdurende ondersteuning en toezicht van de cliënt en dreigende overbelasting van de mantelzorger en als andere voorliggende voorzieningen niet voldoen, kan kortdurend verblijf worden toegekend.
De omvang van kortdurend verblijf is 1, 2 of 3 etmalen per week; afhankelijk van wat noodzakelijk is in de specifieke situatie van de cliënt. Er is een maximum van 3 etmalen per week gesteld omdat het logeren betreft; bij meer dan 3 etmalen in een instelling is er sprake van opname waarvoor een indicatie op grond van de Wlz moet worden gesteld. Het is denkbaar dat hierop in specifieke situaties een uitzondering kan worden gemaakt om bijvoorbeeld verblijf van een week, zodat mantelzorg op vakantie kan, mogelijk te maken. Dan moet wel vaststaan dat andere oplossingen, zoals respijtzorg vergoed door de Zorgverzekeraar, geen optie zijn. In de instelling waar de cliënt kortdurend verblijft wordt de dagelijkse ondersteuning overgenomen. Wanneer verpleging nodig is moet dit apart worden geïndiceerd op grond van de Zorgverzekering. De cliënt is zelf verantwoordelijk voor vervoer van en naar de instelling voor kortdurend verblijf.
Hoofdstuk 11.
Artikel 11.7