Naar hoofdinhoud
Als er sprake is van een ernstig vermoeden dat de budgethouder problemen zal hebben met het omgaan met een Pgb, kan het college een Pgb weigeren. Om een Pgb af te wijzen moet er enige feitelijke onderbouwing zijn op grond waarvan afgewezen kan worden. De onderbouwing van de afwijzing wordt in de beschikking vermeld. Situaties waarbij het risico groot is dat het Pgb niet besteed wordt aan het daarvoor bestemde doel kunnen zijn: de cliënt is handelingsonbekwaam en kan geen ondersteuning inroepen vanuit zijn eigen netwerk; de cliënt heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke handicap of ernstige psychische problemen onvoldoende inzicht in de eigen situatie en kan geen ondersteuning inroepen vanuit zijn eigen netwerk; de cliënt is niet voldoende in staat tot een redelijke waardering van zijn belangen ten aanzien van de ondersteuningsvraag: een persoon moet duidelijk kunnen maken welke problemen hij heeft, hoe deze zijn ontstaan en bij welke ondersteuning hij gebaat zou zijn; de cliënt is niet goed op de hoogte van de rechten en plichten die horen bij het beheer; de cliënt is niet in staat om de opdrachtgeverstaak op zich te nemen: bijvoorbeeld het kiezen van de juiste zorgverlener, het aangaan van een zorgovereenkomst, het in de praktijk aansturen van de zorgverlener en het bijhouden van een correcte administratie. er sprake is van verslavingsproblematiek; er sprake is van schuldenproblematiek; er sprake is van het inzetten van professionele tussenpersonen bij het beheer en gebruik van het Pgb. De budgetbeheerder is tegelijk zorgverlener. Bovenstaande opsomming is niet uitputtend. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een Pgb niet gewenst is.

Rechtspraak bij dit artikel