Onverminderd de artikelen 4:25, tweede lid, en 4:35 van de wet kan het college de subsidie verder in ieder geval weigeren:
als de te subsidiëren activiteiten niet of niet in overwegende mate gericht zijn op de gemeente of haar ingezetenen of als ze onvoldoende ten goede komen aan de gemeente of haar ingezetenen;
als de aanvrager ook zonder subsidie over voldoende gelden, hetzij uit eigen middelen hetzij uit middelen van derden, kan beschikken om de prestatie(s)/activiteit(en) te realiseren;
als de aanvrager activiteiten waarvoor subsidie is aangevraagd wil verrichten die niet passen binnen het beleid van de gemeente;
als de aanvraag niet voldoet aan regels die zijn gesteld om voor subsidie in aanmerking te komen;
als de activiteiten waarvoor subsidie wordt aangevraagd uitsluitend of overwegend gericht zijn op het uitdragen van overtuigingen en denkbeelden van religieuze, levensbeschouwelijke of politieke aard;
als de aanvrager haar activiteiten niet open heeft gesteld voor alle groeperingen zonder onderscheid naar ras, land van herkomst, godsdienst, levensovertuiging, sekse of seksuele geaardheid;
als de aanvrager de activiteit(en) met winstoogmerk verricht;
als de subsidieverstrekking in strijd zou zijn met een wettelijk voorschrift;
als de subsidieverstrekking niet is toegestaan totdat de Europese Commissie met toepassing van artikel 108, derde lid, van het Verdrag heeft vastgesteld dat de subsidie verenigbaar is met de interne markt;
in de bij de betrokken subsidieregeling bepaalde gevallen.