Voor de vaststelling van de financiële draagkracht uit inkomen wordt van de in aanmerking te nemen middelen het gedeelte van het inkomen dat meer bedraagt dan het sociaal minimum in aanmerking genomen en als draagkracht vastgesteld bij de verstrekking van bijzondere bijstand volgens de volgende systematiek:
voor het verschil tussen het inkomen en het sociaal minimum dat minder is dan of gelijk is aan 15% is het draagkrachtpercentage 15%;
voor het verschil tussen het inkomen en het sociaal minimum dat meer dan 15% bedraagt, is het draagkrachtpercentage 35%.
De draagkracht uit inkomen wordt, in afwijking van het voorgaande, vastgesteld op 100% van het inkomen dat meer bedraagt dan het sociaal minimum, indien sprake is van één of meer van onderstaande kostensoorten:
uitvaart (begrafenis of crematie);
wonen (woonkostentoeslag);
duurzame gebruiksgoederen;
levensonderhoud personen 18 tot 21 jaar;
vaste lasten bij een tijdelijke opname in een inrichting.
Voor de vaststelling van de financiële draagkracht uit vermogen wordt het in aanmerking te nemen vermogen, zoals bedoeld in artikel 34 van de PW, in zijn geheel in aanmerking genomen.
Voor bijstand in de vorm van een collectieve zorgverzekering worden, in afwijking van het bepaalde in de vorige leden, uitsluitend inkomensgrenzen vastgesteld.
Hoofdstuk 2
Artikel 6
Draagkrachtpercentages
Onderdeel van Beleidsregels bijzondere bijstand gemeente Hellendoorn 2020