Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 10.

Vaststelling van de hoogte van de maandelijkse aflossingscapaciteit bijbelanghebbende met een uitkering

Onderdeel van Beleidsregel van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Venray houdende regels omtrent terug- en invordering (Beleidsregels terug- en invordering PW, IOAW en IOAZ en Bbz 2004 gemeente Venray 2020)

1.. Indien belanghebbende een uitkering ontvangt op grond van de PW, de IOAW of de IOAZ, bedraagt de aflossingsverplichting 5% van de van toepassing zijnde bijstandsnorm per maand inclusief vakantietoeslag, maar niet meer dan het bedrag dat ingevolge het bepaalde in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering voor beslag in aanmerking zou komen. 2.. In afwijking van het gestelde in het eerste lid, wordt met een betalingsvoorstel van de debiteur ingestemd voor zover daarmee de vordering binnen een periode van 36 maanden in zijn geheel kan worden afgelost en de voorgestelde aflossing tenminste € 25,00 per maand bedraagt. 3.. In geval van beslaglegging door een derde (dat wil zeggen een andere schuldeiser dan het college), wordt de aflossingsverplichting ingevolge de bovengenoemde leden voor alle vorderingen bepaald op de volledige beslagruimte zoals aangegeven in artikel 475d van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel