Naar hoofdinhoud
1.. Het college ziet, na een daartoe strekkend verzoek, af van verdere terugvordering indien belanghebbende: gedurende tien jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan; gedurende tien jaar niet volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan, maar het achterstallige bedrag over die periode, vermeerderd met de daarover verschuldigde wettelijke rente en de op de invordering betrekking hebbende kosten, alsnog heeft betaald; gedurende tien jaar geen betalingen heeft verricht en niet aannemelijk is dat hij deze op enig moment zal gaan verrichten; of gedurende drie jaar volledig aan zijn betalingsverplichtingen heeft voldaan en vervolgens een bedrag, overeenkomend met ten minste 50% van de restsom, in één keer aflost waarbij aannemelijk is dat het reguliere invorderingstraject niet een hoger bedrag oplevert. 2.. In afwijking van het eerste lid kan het college in de situatie bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, ook ambtshalve overgaan tot het afzien van verdere terugvordering. 3.. Deze bepaling is niet van toepassing: op vorderingen die voortvloeien uit verstrekt bedrijfskapitaal dat is toegekend op grond van artikel 20, 22, 24 en 26 van het Bbz 2004; als de vordering is gedekt door een zakelijk recht als pand of hypotheek dan wel de vordering het gevolg is van een eerder verstrekte geldlening vanwege vermogen in eigen woning als bedoeld in artikel 50 van de PW.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel