**1..** In geval van overlijden, blijvende arbeidsongeschiktheid van de vergunninghouder of bedrijfsbeëindiging kan de vergunning voor het innemen van de vaste standplaats worden overgeschreven op naam van de (achterblijvende) echtgenoot, de geregistreerde partner of een andere (achterblijvende) persoon met wie de vergunninghouder duurzaam samenwoonde.
**2..** Indien de vergunning niet wordt overgeschreven op grond van het eerste lid, kan de vergunning van de vaste standplaats op naam van een kind van de vergunninghouder, een medewerker of mede-eigenaar van de vergunninghouder worden overgeschreven, indien deze ten minste één jaar in loondienst van het marktbedrijf van de vergunninghouder heeft gewerkt of gedurende eenzelfde periode als mede-eigenaar in dit bedrijf heeft gefunctioneerd.
**3..** In geval van overlijden of blijvende arbeidsongeschiktheid wordt een aanvraag tot overschrijving binnen twee maanden na datum overlijden of datum vaststelling arbeidsongeschiktheid, ingediend door degene die op grond van het eerste of tweede lid voor overschrijving van de vergunning in aanmerking komt.
**4..** In geval van bedrijfsbeëindiging wordt een aanvraag tot overschrijving uiterlijk twee maanden voor de geplande bedrijfsoverdracht ingediend.
**5..** Bij overschrijving van de vergunning overeenkomstig het tweede of vierde lid vervalt de positie op de anciënniteitlijst.
**6..** Een vergunning die voor onbepaalde tijd is verleend en wordt overgeschreven op basis van het eerste of tweede lid is na overschrijving geldig voor de duur van maximaal 15 jaar.
**7..** Een vergunning die voor bepaalde tijd (maximaal 15 jaar) is verleend en die wordt overgeschreven op basis van het eerste of tweede lid is na overschrijving nog geldig voor de resterende vergunningstermijn.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.4