Tenzij in het belang van het onderzoek zich hiertegen verzet, wordt de betrokken politiek ambtsdrager van de beslissing een feitenonderzoek in te stellen met inachtneming van artikel 2.7 in kennis gesteld. Tevens worden het presidium, het college en de melder in kennis gesteld. De plaatsvervangend voorzitter van de raad stelt ook de commissaris van de Koning van de beslissing in kennis in het geval de melding over de burgemeester gaat.
Als informeren van de betrokkenen niet in het belang van het onderzoek is worden de betrokkenen geïnformeerd zodra het onderzoeksbelang hierdoor niet meer wordt geschaad.
De burgemeester kan een schriftelijke opdracht voor het feitenonderzoek aan een
onafhankelijke externe onderzoeker verstrekken. De opdracht wordt voorbereid door de externe deskundige als adviseur van de burgemeester. Indien de melding over de burgemeester gaat, verstrekt de plaatsvervangend voorzitter van de raad de opdracht. In de opdracht is in ieder geval opgenomen:
de aanleiding van het feitenonderzoek;
de onderzoeksopdracht met duidelijk omschreven onderzoeksvragen en -methoden;
dat betrokkenen en getuigen worden gehoord en dat hoor en wederhoor wordt toegepast;
de verwachte duur van het feitenonderzoek;
de overeengekomen kosten van het feitenonderzoek;
van welke bevoegdheden de externe partij gebruik mag maken;
dat de externe partij werkt met inachtneming van dit Protocol.
De bevindingen uit het feitenonderzoek worden vastgelegd in een onderzoeksrapportage.
Hoofdstuk 2
Artikel 2.6
Feitenonderzoek
Onderdeel van Protocol vermoedens integriteitsschendingen politieke ambtsdragers Veere 2020