**1..** Het is verboden in de openlucht afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen in de zin van de Wet milieubeheer of anderszins vuur aan te leggen, te stoken of te hebben.
**2..** Mits geen sprake is van gevaar, overlast of hinder voor de omgeving, is het verbod niet van toepassing op:
het verbranden van zieke planten en houtopstanden waarvoor het plantenziektekundige onderdeel van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit te Wageningen schriftelijk het advies geeft dat het noodzakelijk is deze planten of houtopstanden spoedig ter plaatse te verbranden;
verlichting door middel van kaarsen, fakkels en dergelijke;
sfeervuren in vuurkorven, voor zover er geen afvalstoffen worden verbrand, het hout schoon, droog, niet geverfd en niet verduurzaamd is, en de vuurkorven een maximale inhoud hebben van 25 liter;
vuur voor koken, bakken en braden.
**3..** Het college kan ontheffing verlenen van het verbod voor:
het in de maanden november tot en met april verbranden van kap- en snoeihout;
vuren bij de jaarwisseling;
kampvuren op het recreatieterrein Zeumeren.
**4..** Onverminderd het bepaalde in artikel 1:8 kan de ontheffing worden geweigerd ter bescherming van de flora en fauna.
**5..** Het verbod is niet van toepassing op situaties waarin wordt voorzien door artikel 429, aanhef en onder 1° of 3°, van het Wetboek van Strafrecht of de Omgevingsverordening Gelderland.
HOOFDSTUK 5. › Afdeling 8.
Artikel 5:34
Verbod afvalstoffen te verbranden buiten inrichtingen of anderszins vuur te stoken
Onderdeel van Besluit van de raad van de gemeente Barneveld tot vaststelling van de Algemene plaatselijke verordening gemeente Barneveld