Zonder een goede toegankelijkheid is participatie niet mogelijk. Gemeenten moeten daarom op weg naar een inclusieve samenleving. In 2016 trad het VN-
verdrag hierover in werking wat regelt dat goederen en diensten ook toegankelijk en bruikbaar moeten zijn voor mensen met een beperking. Doel van dit verdrag is het bevorderen, beschermen en waarborgen van de mensenrechten van mensen met een beperking. Iedere inwoner moet een
gebouw binnen kunnen, een website kunnen
lezen, een stem uitbrengen, openbaar vervoer gebruiken of geld kunnen opnemen (om maar wat voorbeelden te noemen), ongeacht zijn/haar beperkingen.
Dit verdrag raakt voor de lokale overheid het hele Sociaal Domein, maar ook het fysieke domein (Omgevingswet) en toerisme/evenementen. Van zelfstandig leven en voorzieningen, gezondheid en zorg, werk en inkomen, onderwijs en mobiliteit tot deelname aan politiek
en openbaar leven en deelname aan cultuur, vrije tijd en sport wordt van gemeenten en het bedrijfsleven een inspanning verwacht om te komen tot toegankelijke goederen en diensten. Centrale begrippen in het verdrag zijn inclusie, persoonlijke autonomie en volledige participatie. Inclusie betekent dat mensen die behoren tot een minderheid geaccepteerd worden. Daarnaast betekent het ook dat mensen met een beperking meedoen in de samenleving en erbij horen.
In een inclusieve samenleving kunnen mensen met een beperking precies dezelfde dingen doen als mensen zonder beperking. Met de ontwikkeling dat steeds meer mensen zelfstandig wonen, is dit onderwerp ook belangrijk in de samenwerking met woningbouwcorperaties en
aanbieders die deze groepen begeleiden. Er dient voldoende oog te zijn voor een goede inclusie van deze doelgroep in de wijken en de draagkracht die wijken hiervoor hebben. Dit onderwerp staat bij alle gemeenten in meer of mindere mate op de lokale agenda. Initiatieven die er nu zijn, zijn op lokaal niveau uitgewerkt en ingezet. De organisatie van dit speerpunt ligt op lokaal niveau, omdat daarmee de interne werkprocessen optimaal aangesloten kunnen worden bij de leefwereld, de woon- en leefomgeving en het netwerk van de inwoner.
Wat gaan we doen?
Het vormen van een inclusieve samenleving vindt voornamelijk lokaal plaats. Elke gemeente werkt binnen zijn eigen lokale context aan inclusie en en aan de uitwerking van het VN-verdrag.
Er zijn vele lokale initiatieven die hier al aan bijdragen, denk aan huiskamerprojecten, huiskamerplus voor bijv. dementie, mantelzorg, lokale preventieve en buurtinitiatieven. Er is echter nog winst te behalen door de kennis en ervaringen van bestaande lokale initiatieven ter lering en afstemming met de regiogemeenten gedeeld worden.
De Participatiewet richt zich op het creëren van een inclusieve arbeidsmarkt voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt, zodat zoveel mogelijk inwoners mee kunnen doen in de samenleving: met werk, op school en stage, in een vrijwilligersbaan of andere vormen van participatie.
Toekomst- en levensloopbestendig bouwen is noodzakelijk, zodat gebouwen voor iedereen toegankelijk zijn en blijven. Samenwerking met het fysieke domein is hierbij een belangrijke toekomstige opgave.
Hoofdstuk
Artikel 2.