Het dagelijks bestuur zendt de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming acht weken voordat zij aan het algemeen bestuur worden aangeboden toe aan de raden van de deelnemende gemeenten.
De ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming voldoen aan het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten, voor zover van toepassing.
De ontwerpbegroting vermeldt tevens de naar raming door elke deelnemende gemeente voor het jaar, waarop de begroting betrekking heeft, verschuldigde bijdragen. De berekening van deze bijdragen vindt plaats op basis van het volgende uitgangspunten:
voor de algemene en de wettelijke taken, genoemd in de artikelen 4 en 5 lid 1 het inwonertal op 1 januari van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de bijdrage verschuldigd is.
voor de taken in vrijwillige samenwerking, genoemd in artikel 5, lid 2: de bedragen die gemeenten en GGD IJsselland daarvoor hebben afgesproken dan wel het aantal verleende diensten maal het vastgestelde tarief per dienst.
De ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming worden door de zorg van de besturen van de deelnemende gemeenten voor een ieder ter inzage gelegd en, tegen betaling van de kosten, algemeen verkrijgbaar gesteld.
De raden van de deelnemende gemeenten hebben acht weken de gelegenheid om bij het dagelijks bestuur hun zienswijze omtrent de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming naar voren te brengen.
Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat en eventueel een nota van wijzigingen, bij de ontwerpbegroting en de ontwerp-meerjarenraming, zoals deze aan het algemeen bestuur worden aangeboden.
Het algemeen bestuur stelt de begroting en de meerjarenraming vast voor 18 juli van het jaar, voorafgaand aan dat waarvoor de begroting moet dienen.
Terstond na vaststelling worden de begroting en de meerjarenraming in afschrift toegezonden aan de raden van de deelnemende gemeenten, die de in deze begroting voor de gemeente als bijdrage in de kosten van GGD IJsselland geraamde bedragen in de gemeentebegroting opnemen.
Het dagelijks bestuur zendt de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur, in ieder geval voor 1 augustus, aan gedeputeerde staten.
Als de begroting niet in evenwicht is en het niet aannemelijk is dat in de eerstvolgende jaren een evenwicht bereikt wordt, zendt het dagelijks bestuur de begroting binnen twee weken na vaststelling door het algemeen bestuur aan gedeputeerde staten ter goedkeuring in. Van de goedkeuring doet het dagelijks bestuur mededeling aan het algemeen bestuur en de deelnemende gemeenten.