Het dagelijks bestuur zendt onverwijld de verordening, bedoeld in artikel 31, na vaststelling toe aan de raden van de deelnemende gemeenten en aan de verder bij wettelijk voorschrift daartoe aangewezen besturen en functionarissen.
Bekendmaking en inwerkingtreding van besluiten die algemeen verbindende voorschriften inhouden gebeuren volgens de artikelen 32k en 32l van de Wet gemeenschappelijke regelingen.