De behartiging van de in artikel 3 bedoelde belangen omvat meer algemeen:
het bevorderen van overleg met en tussen de deelnemende gemeenten ter afstemming en coördinatie van gemeentelijke beleidsvoornemens en beleidsmaatregelen;
het bevorderen van gemeenschappelijke standpuntbepalingen;
het bieden van een platform en faciliteiten voor flexibele samenwerkingsvormen van gemeenten en/of betrokken partijen rondom gezamenlijke belangen;
het voeren van overleg met de andere overheden en het vertegenwoordigen van de afzonderlijke deelnemende gemeenten, indien en voor zover deze daarom verzoeken dan wel daarmee instemmen;
het aantrekken en borgen van geldleningen voor activiteiten waarmee de gemeenten overeenkomstig de besluitvormingsprocedures hebben ingestemd.