Het is verboden zonder of in afwijking van een omgevingsvergunning een weg aan te leggen, de verharding daarvan op te breken, in een weg te graven of te spitten, aard of breedte van de wegverharding te veranderen of anderszins verandering te brengen in de wijze van aanleg van een weg (artikel 2:11 APV).
Deze omgevingsvergunning is alleen verplicht in de gevallen waarin dat in een bestemmingsplan of beheersverordening is bepaald (zie artikel 2.2 lid 1 onder d Wabo). Bij de beoordeling van een aanvraag om een omgevingsvergunning, kan advies worden gevraagd van de adviseurs.
Hoofdstuk 5.
Artikel 5.1.11