Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3.

Artikel 3.3

Het gesprek

Onderdeel van Beleidsregel Jeugdhulp gemeente Zwartewaterland 2020

Op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek wordt er opnieuw een gesprek gearrangeerd. In goede samenspraak met de jeugdige en/of zijn of haar ouders kan hiervoor de keuze worden gemaakt voor het organiseren van een MDO (een Multi Disciplinair Overleg). Bij dit MDO zijn al degenen aanwezig die op basis van de uitkomsten van het vooronderzoek een bijdrage kunnen leveren aan het oplossen van de hulpvraag. De toegangsmedewerker (zorgregisseur) en de jeugdige en/of zijn of haar ouders nemen samen het besluit over beslissen wie hiervoor uitgenodigd worden. Dat kunnen hulpverleners zijn, personen uit het sociale netwerk van het gezin of andere deskundigen bijvoorbeeld op het terrein van werk en inkomen, scholing, etc. De zorgregisseur zit het MDO voor. Het doel van het gesprek is het vaststellen van het resultaat dat de hulp en ondersteuning moet opleveren en het opstellen van een concreet plan van aanpak. Het familiegroepsplan dient als basis voor dit gesprek. Wanneer blijkt dat er meer nodig is kan er een aanvullend hulpverleningsplan opgesteld worden. Het familiegroepsplan en het aanvullend hulpverleningsplan vormen met elkaar het gezinsplan. Daarbij wordt informatie verzameld over: Wat op basis van de feiten en achtergrondgegevens die het vooronderzoek heeft opgeleverd het gewenste resultaat van de ondersteuning en hulp voor de jeugdige en/of zijn of haar ouders moet zijn; Welke behoeften, persoonskenmerken en voorkeuren er bij de jeugdige en/of zijn of haar ouders zijn (zoals bijvoorbeeld ten aanzien van de godsdienstige overtuiging, levensbeschouwing), waar bij de keuze van de jeugdhulp en de zorgaanbieder mee rekening gehouden moet worden; Welke bijdrage er op basis van analyse van de zorg- en sterke punten binnen het gezin er van de ouders en het sociale netwerk van het gezin verwacht mag worden voor het bereiken van het resultaat Belangrijk is hierbij ook de afweging wat gebruikelijke zorg en ondersteuning is en daarmee onder de verantwoordelijkheid van de ouders valt en waar dit ophoudt. Voor het vaststellen hiervan gebruiken we de richtlijnen ‘gebruikelijke zorg’, zie bijlage 1. Daarbij is nog wel de volgende toelichting van belang: Voor kinderen geldt dat er een bandbreedte is in het normale ontwikkelingsprofiel. Die verloopt voor ieder kind anders. Tussen kinderen van dezelfde leeftijd kan de omvang en intensiteit van de zorg dan ook verschillend zijn zonder dat daarbij nog sprake is van niet gebruikelijke zorg; Van niet gebruikelijke zorg bij kinderen in chronische situaties is pas sprake wanneer de omvang van de zorg, gelet op de leeftijd van het kind, de aard van de zorghandelingen, de frequentie van die handelingen en de omvang van de daarmee gemoeide tijd uitgaat boven de zorg die een kind van dezelfde leeftijd zonder beperkingen redelijkerwijs nodig heeft; Gebruikelijke zorg bij kinderen omvat ook geïntensiveerde zorgbehoefte als gevolg van een tijdelijk (gezondheids)probleem. Dit is het geval als sprake is van een zorgsituatie van maximaal drie maanden met uitzicht op herstel van het (gezondheids)probleem en de daarmee samenhangende zelfredzaamheid van de jeugdige; Het door de ouders aan het kind bieden van een beschermende woonomgeving wordt als gebruikelijke zorg aangemerkt, ook als er sprake is van een kind met een ziekte, aandoening of beperking; Bij het oordeel of ouders in staat zijn de gebruikelijke zorg te leveren wordt rekening gehouden met bij de ouders aanwezige geobjectiveerde beperkingen en/of het ontbreken van kennis/vaardigheden om gebruikelijke zorg ten behoeve van de jeugdige uit te voeren en deze vaardigheden ook niet aan te leren zijn; Voor zover de jeugdige zich in een terminale levensfase bevindt, wordt geen gebruikelijke persoonlijke verzorging verwacht van een ouder; Wat nog binnen de grenzen valt van mantelzorg valt of hulp van andere personen uit zijn sociaal netwerk; Hoe de jeugdhulpvraag zich verhoudt tot en mede beïnvloed wordt door andere belemmerende factoren binnen het gezin, welke andere voorzieningen er mede nodig zijn om de effectief te kunnen aanpakken. Het gaat hierbij om voorzieningen op het vlak van publieke gezondheid, onderwijs, welzijn, wonen, werk en inkomen; Welke mogelijkheden er binnen het voorveld van de jeugdhulp (de vrij toegankelijke jeugdhulp) zijn om zorg te kunnen dragen voor een zo laag mogelijke afhandeling van de hulpvraag.

Rechtspraak bij dit artikel