Naar hoofdinhoud
1.. Deze regels hebben betrekking op de uitleg van de volgende wettelijke voorschriften bij het toezicht op de naleving: artikel 7.7, eerste lid van het Bouwbesluit 2012 (regels over brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen in verband met de beheersbaarheid van brand); artikel 7.10 van het Bouwbesluit 2012 (regels over restrisico brandgevaar en ontwikkeling van brand in verband met beperking van de inzet van de publieke brandweer wordt tot wat gangbaar en evenredig is); op artikel 7.22 van het Bouwbesluit 2012 (in verband met het voorkomen dat bij brand op voor de omgeving op onaanvaardbare wijze hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid voor zover deze verspreiding gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s met zich meebrengt); op artikel 2.1, eerste lid van het Activiteitenbesluit milieubeheer (in verband met het tegengaan van nadelige gevolgen voor het milieu die worden veroorzaakt door activiteiten, in het bijzonder in verband met het tegengaan van grootschalige hinder en maatschappelijke ontwrichting als gevolg van brand). 2.. Na het tijdstip waarop Wet van 23 maart 2016, houdende regels over het beschermen en benutten van de fysieke leefomgeving (Omgevingswet) in werking is getreden hebben de regels betrekking op de uitleg van de volgende wettelijke voorschriften bij het toezicht op de naleving: artikel 6.4 onder a. en b. van het Besluit bouwwerken leefomgeving (specifieke zorgplicht: brandveilig gebruik van bouwwerken, in verband met aanwezigheid van brandbare niet-milieugevaarlijke stoffen die de beheersbaarheid van brand bemoeilijken); artikel 6.4 onder f. van het Besluit bouwwerken leefomgeving (specifieke zorgplicht brandgevaar en ontwikkeling van brand in verband met beperking van de inzet van de publieke brandweer wordt tot wat gangbaar en evenredig is); artikel 7.1 van het Invoeringsbesluit Omgevingswet (hoofdstukken bruidsschat omgevingsplan), artikel 2.2.4.3 Specifieke zorgplicht gebruik bouwwerk (in verband met het voorkomen dat bij brand op voor de omgeving op onaanvaardbare wijze hinderlijke of schadelijke wijze rook, roet, walm of stof wordt verspreid voor zover deze verspreiding gezondheidsrisico’s en veiligheidsrisico’s met zich meebrengt). artikel 2.11, eerste en tweede lid onder e. van het Besluit activiteiten leefomgeving (in verband met het tegengaan van nadelige gevolgen voor het milieu die worden veroorzaakt door activiteiten, in het bijzonder in verband met het tegengaan van grootschalige hinder en maatschappelijke ontwrichting als gevolg van brand).

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel