Indien een ondernemer komt te overlijden dient, indien voorzetting van de exploitatie wordt beoogd, binnen twaalf weken een nieuwe vergunning te worden aangevraagd.
Zolang op een tijdig ingediende aanvraag niet is beslist, is voortzetting van de exploitatie toegestaan, met inachtneming van de voorschriften en beperkingen, verbonden aan de tot dan geldende vergunning.
Op een aanvraag, bedoeld in het eerste lid, zijn de artikelen 3, 5, eerste lid, 6 en 7 van toepassing.
De vergunning die is aangevraagd op grond van het eerste lid, is geldig tot het moment waarop de voorgaande vergunning geldig was.