**1..** De volgende vervoersvoorzieningen als bedoeld in artikel 3, derde lid, onder h, van de Verordening maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Gouda 2020, kunnen in ieder geval worden verstrekt:
collectief vervoer;
vervoersvoorziening voor het gebruik van een eigen auto;
vervoersvoorziening voor het gebruik van een taxi;
vervoersvoorziening voor gebruik van een rolstoeltaxi;
vervoersvoorziening voor aanpassing van de eigen auto;
vervoersvoorzieningen voor het verplaatsen buitenshuis.
**2..** Aanpassingen aan de eigen auto worden toegekend als de aan te passen auto niet ouder is dan 5 jaar, met uitzondering van overzetbare voorzieningen.
**3..** Het collectief vervoer bestaat uit een regiotaxipas waarmee tegen gereduceerd tarief wordt gereisd, eventueel in combinatie met de Voor Elkaar Pas, bedoeld in het vijfde lid.
**4..** Bij het collectief vervoer worden kosten in rekening gebracht die gebaseerd zijn op de kosten voor het gebruik van het openbaar vervoer. De kosten worden geïnd door de vervoerder.
**5..** Indien een vervoersvoorziening in de vorm van collectief vervoer is verstrekt kan aanspraak worden gemaakt op de Voor Elkaar Pas, waarvoor in afwijking van het vierde lid geen kosten in rekening worden gebracht.
**6..** Voor het reizen met de Voor Elkaar Pas gelden de volgende voorwaarden:
met de Voor Elkaar Pas kan uitsluitend binnen de regio Zuid-Holland Noord worden gereisd;
de Voor Elkaar Pas kan niet worden gebruikt voor het vervoer van en naar de locatie voor dagbesteding;
de Voor Elkaar Pas kan niet worden gebruikt voor woon-werkverkeer;
de Voor Elkaar Pas is niet overdraagbaar.
**7..** Het college biedt de mogelijkheid een medisch begeleider kosteloos mee te laten reizen in het collectief vervoer indien medische ondersteuning tijdens de rit noodzakelijk wordt geacht.
**8..** Het college biedt de mogelijkheid voor een sociaal begeleider. Voor de sociaal begeleider van de gebruiker van het collectief vervoer gelden de volgende voorwaarden:
de sociaal begeleider mag geen Wmo-pashouder zijn;
de sociaal begeleider dient zelfstandig te kunnen reizen en niet aan een rolstoel of scootmobiel gebonden te zijn;
er mag maximaal één sociaal begeleider per (enkele) rit meegaan;
de sociaal begeleider reist vanaf hetzelfde opstapadres naar dezelfde bestemming;
er mogen maximaal 20 enkele ritten per jaar worden gemaakt;
de rit van de sociaal begeleider en Wmo-pashouder worden gelijktijdig geboekt.
Artikel 1