Naar hoofdinhoud
1.. Aan de eigenaar van een beschermd gemeentelijk monument kan een subsidie over de subsidiabele instandhoudingskosten worden verleend; 2.. De subsidiabele instandhoudingskosten van de werkzaamheden zoals bedoeld in artikel 3 worden bepaald aan de hand van beoordeling op noodzakelijkheid, soberheid en doelmatigheid of moeten zijn gericht op het voorkomen van verval of het vervangen van materiaal dat gebreken vertoont en zijn functie heeft verloren; 3.. De hoogte van de subsidiabele instandhoudingskosten wordt bepaald aan de hand van de “Leidraad Subsidiabele Instandhoudingskosten”; 4.. De kosten van bouwkundig, bouwhistorisch en interieuronderzoek vallen onder de subsidiabele instandhoudingskosten zoals vermeld in het eerste lid van dit artikel, mits het onderzoek noodzakelijk wordt bevonden door de Erfgoedcommissie en is uitgevoerd door de Monumentenwacht of een ander, naar het oordeel van burgemeester en wethouders, gekwalificeerd bureau; 5.. Kosten van bouwkundig, bouwhistorisch en interieuronderzoek zoals vermeld in het vorige lid, zijn niet van toepassing op die delen van gemeentelijke monumenten of beeldbepalende panden die van bescherming zijn uitgesloten bij het aanwijzingsbesluit; 6.. Het college kan in bijzondere gevallen afwijken van de leidraad, zoals genoemd in het derde lid; 7.. Beschermde gemeentelijke monumenten en beschermde beeldbepalende panden of zaken in eigendom van de gemeente, andere overheden en semioverheidsinstellingen worden uitgesloten van subsidiëring.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel