Om een pgb toegekend te krijgen moet de cliënt, conform artikel 2.3.6 van de wet, aan drie wettelijke voorwaarden voldoen. Het is aan de consulent Beschermd Wonen om na het gesprek met de cliënt te beoordelen of hieraan wordt voldaan. Zo beoordeelt de consulent Beschermd Wonen onder meer:
de kennis van de cliënt over de rechten en plichten die horen bij het beheer van een pgb;
de mogelijkheden van de cliënt om degene die de ondersteuning verleend aan te sturen en
of de ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Daarbij zijn de tien punten voor pgb vaardigheid1 het uitgangspunt voor de consulent.
Ad 1.
Als de cliënt de aan een pgb verbonden taken uitvoert met hulp van een vertegenwoordiger, toetst het college deze persoon op dezelfde wettelijke voorwaarden als de cliënt.
In beginsel is het toegestaan dat de cliënt zich bij het beheer van zijn pgb laat vertegenwoordigen door een familielid in de eerste of tweede graad, die tevens (een deel van) de ondersteuning levert, tenzij er naar het oordeel van het college sprake is van ongewenste belangenverstrengeling. Het belang van de cliënt moet centraal staan. Een factor die kan wijzen op ongewenste belangenverstrengeling is als de cliënt vanwege zijn beperkingen een lage mate van invloed heeft op het besluit om voor een pgb te kiezen. De dubbelrol van informele zorgverlener en pgb beheerder mag daarnaast niet ten koste gaan van het bereiken van de gewenste resultaten. Ervaringen die er vanuit het verleden eventueel al met ondersteuning en het beheer van het pgb zijn, kunnen hierbij een rol spelen. Aangezien de combinatie van beheerder van het pgb en uitvoerder van ondersteuning kwetsbaar is, kan ervoor gekozen worden de indicatieduur te beperken of om frequenter tussentijds te evalueren hoe de ondersteuning en het beheer van het pgb verloopt.
Ad 2.
De cliënt dan wel zijn vertegenwoordiger kan motiveren waarom hij de maatwerkvoorziening als pgb wil ontvangen.
Ad 3.
De centrumgemeente moet beoordelen of de met het pgb in te kopen ondersteuning veilig, doeltreffend en cliëntgericht is.
Om de veiligheid van de ondersteuning te waarborgen:
moet de begeleiding 24 uur bereikbaar zijn. Bij de varianten ‘Wonen beschermd Ontwikkeling’ en ‘Wonen beschermd – Stabilisatie’ moet de begeleiding altijd aanwezig zijn. Bij de andere varianten moet de begeleiding binnen 20 minuten ter plaatse kunnen zijn;
dient de organisatie aantoonbaar maatregelen te nemen om de veiligheid van de cliënten en omgeving waarin zij wonen te waarborgen;
dient de organisatie minimaal twee beroepskrachten in dienst te hebben, en
heeft minimaal één van de bij de cliënt betrokken beroepskrachten (dus geen betrokken behandelaar vanuit de Zorgverzekeringswet o.i.d.) een relevante hbo-opleiding (of mbo-opleiding met door ervaring verkregen gelijkwaardigheid aan een hbo-opleiding).
De doeltreffendheid en cliëntgerichtheid van de ondersteuning uit zich in dat:
de organisatie samen met de cliënt een ondersteuningsplan opstelt met daarin SMART geformuleerde doelen. De organisatie en cliënt evalueren periodiek op de doelen die beschreven staan in het ondersteuningsplan;
de organisatie met de cliënt duidelijk afspreekt op welke momenten professionele ondersteuning vanuit een GGZ-instelling/hulpverlener ingeschakeld wordt en de ondersteuning afstemt op eventuele behandeling;
de organisatie zorgt voor goede afspraken over de begeleiding van de cliënt als hij niet alleen kan reizen bij een doktersbezoek of om boodschappen te doen;
de organisatie met de cliënt zoekt naar een passende, stimulerende dagactiviteit, waarbij zoveel mogelijk gebruik wordt gemaakt van algemene voorzieningen en van de mogelijkheden van de cliënt om als vrijwilliger, in arbeidsmatige werkprojecten of in een beschutte omgeving werkzaamheden te verrichten. De dagbesteding is bij voorkeur zo dicht bij de woonplek dat de cliënt hier zelfstandig naartoe kan;
de organisatie de cliënt ondersteunt bij het omgaan met geld, helpt hem de uitgaven en inkomsten in evenwicht te houden, en
de organisatie erop toe ziet dat de cliënt zichzelf goed verzorgt (persoonlijke hygiëne).
Artikel 5.2.1
Wettelijke voorwaarden
Onderdeel van Beleidsregels Beschermd Wonen gemeente Aalten 2020