Met het toezicht op de naleving van het bepaalde bij of krachtens deze verordening zijn belast:
a. ambtenaren van politie als bedoeld in artikel 141, onderdeel b, van het Wetboek van Strafvordering;
b. de door de voorzitter aangewezen buitengewoon opsporingsambtenaren als bedoeld in artikel 142, eerste lid, onderdeel a, van het Wetboek van Strafvordering;
c. door de voorzitter aangewezen toezichthouders;
d. militairen van de Koninklijke marechaussee als bedoeld in artikel 141, onderdeel c, van het Wetboek van Strafvordering.
Hoofdstuk 4.
Artikel 4.2.
Toezicht
Onderdeel van Noodverordening op grond van artikel 39 Wet Veiligheidsregio’s juncto artikel 176 Gemeentewet