Artikel 26 lid 1 Invorderingswet bepaalt dat bij ministeriële regeling regels worden gegeven voor gehele of gedeeltelijke kwijtschelding van rijksbelastingen. De invorderingsambtenaar verleent gehele of gedeeltelijke kwijtschelding als de belastingschuldige niet in staat is anders dan met buitengewoon bezwaar de belastingaanslag te betalen. In het algemeen zal van buitengewoon bezwaar sprake zijn als de middelen om een belastingaanslag te betalen ontbreken en ook niet binnen afzienbare tijd worden verwacht.
In dit hoofdstuk geeft de Leidraad beleidsregels ten aanzien van kwijtschelding. Voor de wettelijke basis wordt verwezen naar artikel 255 Gemeentewet, artikel 26 Invorderingswet, de artikelen 7 t/m 28-a Uitvoeringsregeling IW, de Regeling kwijtschelding Midden-Groningen 2018 en de belastingverordeningen van de gemeente.
Aangezien de aanslagen afvalstoffenheffing achteraf worden opgelegd heeft het begrip ‘belastingschuldige’, tenzij anders bepaald, dezelfde betekenis als ‘belastingplichtige’, zowel in de toepassing van voornoemde wetten als in deze Leidraad.
Algemene uitgangspunten kwijtscheldingsbeleid
Kwijtschelding van openstaande of betaalde belastingschulden en dwanginvorderingskosten
De invorderingsambtenaar verleent kwijtschelding voor het volledige bedrag van aanslagen die (nog) niet volledig betaald zijn, tenzij een kwijtscheldingsverzoek van de belastingschuldige in een jaar is afgewezen of wanneer de invorderingsambtenaar kan aannemen dat een verzoek zou zijn afgewezen.
De mogelijke aanmanings- en dwanginvorderingskosten worden eveneens kwijtgescholden. Indien echter na verleende kwijtschelding een restantbedrag van afvalledigingen overblijft, schrapt de invorderingsambtenaar de kosten pas op voorwaarde dat de belastingschuldige dit restantbedrag betaalt.
Voor nog openstaande aanslagen en invorderingskosten ouder dan drie jaar kan evenwel geen kwijtschelding meer verleend worden.
De invorderingsambtenaar verleent ook kwijtschelding van belastingaanslagen die al zijn betaald, als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
De belastingschuldige dient het verzoek om kwijtschelding in binnen dertien weken nadat de (laatste) betaling op de belastingaanslag heeft plaatsgevonden.
De belastingschuldige heeft betaald onder omstandigheden die aanleiding zouden hebben gegeven tot kwijtschelding als hij daar eerder om had verzocht.
Als de invorderingsambtenaar het verzoek toewijst, betaalt hij de belastingschuldige het bedrag terug waarvoor kwijtschelding is verleend.
De zakelijke lasten van een onroerende zaak, die in de loop van een belastingjaar is verkocht, kunnen worden kwijtgescholden tot het bedrag dat na verrekening door de notaris aan belastingschuldige blijft.
Het indienen van een verzoek om kwijtschelding
Het verzoek om kwijtschelding moet worden ingediend bij de invorderingsambtenaar waar de belastingschuldige onder ressorteert, op een daartoe ingesteld verzoekformulier of op de door de gemeente opengestelde digitale wijze.
In geval van een belastingschuldige die een uitkering heeft bij de gemeentelijke sociale dienst, kan een verzoek ingediend worden door het overleggen van bankafschriften waaruit het beschikbare saldo blijkt.
De invorderingsambtenaar kan een beschikking kwijtschelding van waterschapslasten of van een andere gemeente als verzoek beschouwen.
Ontvangstbevestiging en opschorten invordering na indienen kwijtscheldingsverzoek
De invorderingsambtenaar stuurt binnen twee weken na binnenkomst van het kwijtscheldingsverzoek een ontvangstbevestiging, tenzij binnen die periode de uitspraak verstuurd wordt.
Invorderingsmaatregelen worden gedurende de afhandeling van de aanvraag stopgezet of niet aangevangen. Eventuele automatische incassotermijnen kunnen op verzoek ook gedurende de afhandelingstijd stopgezet worden. Voor het overige geldt het algemene beleid rond automatische incasso’s, zoals in de belastingverordeningen en de beleidsregels is vastgelegd.
Niet ingevuld, onvolledig of onjuist ingevuld aanvraagformulier kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar een uitgereikt of toegezonden verzoekformulier onvolledig terugontvangt en de gevraagde gegevens vermoedelijk niet door toetsing bij het Inlichtingenbureau kan krijgen, stelt hij de belastingschuldige in de gelegenheid de ontbrekende gegevens alsnog binnen een maand te verstrekken. Ook gedurende deze periode schort de invorderingsambtenaar de (dwang)invordering op.
De invorderingsambtenaar vraagt de gegevens slechts eenmaal op. Indien de belastingschuldige in verzuim blijft, wordt het verzoek buiten behandeling gesteld. Een op een later tijdstip ingediend verzoek wordt door de invorderingsambtenaar wel in behandeling genomen, maar getoetst op zowel de situatie op dat moment als op die ten tijde van het eerste, onvolledige verzoek. Kwijtschelding wordt slechts verleend indien er in beide toetsingen geen belemmering wordt gevonden, of indien de van beide verzoeken getotaliseerde betalingscapaciteit daar aanleiding voor geeft.
Indien het de invorderingsambtenaar duidelijk is dat een aanvraag weliswaar onvolledig is ingediend, maar desalniettemin moet worden afgewezen, dan wordt de belastingschuldige niet gevraagd de ontbrekende gegevens alsnog te verstrekken.
Termijn afdoening kwijtscheldingsverzoek
De periode waarbinnen de invorderingsambtenaar een kwijtscheldingsverzoek moet hebben afgehandeld is het kalenderjaar waarin het verzoek is ingediend.
Gegevens en normen ten tijde van indiening verzoek om kwijtschelding
Bij de beoordeling van het verzoek worden de gegevens en normen gehanteerd die gelden op het moment van indiening van het verzoek, tenzij in deze Leidraad anders is aangegeven.
Indien een bezwaarschrift tegen de hoogte van de belastingaanslag in behandeling is bij de heffingsambtenaar, dan wel een beroepschrift tegen de hoogte van de aanslag in behandeling is bij de rechtbank of bij het gerechtshof, wordt beoordeling van de aanvraag aangehouden tot de aanslag onherroepelijk vaststaat . De aanvraag wordt vervolgens beoordeeld aan de hand van de onherroepelijk vaststaande aanslag.
Toewijzing van het verzoek om kwijtschelding onder voorwaarden
Als de invorderingsambtenaar besluit dat kwijtschelding zal worden verleend nadat aan één of meer voorwaarden is voldaan, dan neemt hij die voorwaarden in de beschikking op.
Motivering afwijzing van het verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding afwijst, moet hij motiveren waarom hij tot afwijzing van het verzoek heeft besloten. Indien er meer dan één afwijzingsgrond is, wordt ten minste de voor de aanvrager meest in het oog springende grond genoemd.
Na afwijzen kwijtschelding een maand wachttijd bij voortzetting invordering
Als de invorderingsambtenaar geen kwijtschelding verleent, of als het college van B&W afwijzend heeft beslist op een ingediend beroepschrift tegen de afwijzing, dan wordt de vervolging in beginsel niet aangevangen of voortgezet binnen een termijn van een maand na dagtekening van de beschikking. Deze termijn wordt niet of niet geheel verleend als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente in overwegende mate worden geschaad.
Mondeling meedelen afwijzen kwijtschelding
Om de belangen van de gemeente niet te schaden, kan de invorderingsambtenaar de beslissing op een kort voor de executoriale verkoop ingediend verzoek om kwijtschelding mondeling bekend maken. De invorderingsambtenaar bevestigt deze beslissing zo spoedig mogelijk bij beschikking. In dat geval geldt niet de termijn van een maand waarbinnen de invorderingsambtenaar de invordering niet mag aanvangen of voortzetten.
Wanneer wordt geen kwijtschelding verleend
Naast de afwijzing op basis van toetsing van een verzoek kan de invorderingsambtenaar kwijtschelding afwijzen indien:
de gevraagde gegevens voor de beoordeling van het verzoek naar overtuiging van de invorderingsambtenaar door de belastingschuldige opzettelijk niet, niet volledig, onjuist, of niet op de door de invorderingsambtenaar vastgestelde wijze zijn verstrekt; of
uit de verstrekte gegevens voor de beoordeling van het verzoek een onevenredige verhouding blijkt tussen de omvang van de uitgaven enerzijds en het inkomen anderzijds en de belastingschuldige de in dat verband door de invorderingsambtenaar gevraagde opheldering niet, of naar het oordeel van de invorderingsambtenaar in onvoldoende mate verschaft; of
vernietiging van de belastingaanslag inzet is van een bezwaarschrift dat in behandeling is bij de heffingsambtenaar, dan wel een beroepschrift in behandeling bij de rechtbank of bij het gerechtshof; of
voor de desbetreffende belastingaanslag zekerheid is gesteld; of
er sprake is van meer dan één belastingschuldige; of
een derde nog voor de belastingschuld aansprakelijk kan worden gesteld; of
het aan de belastingschuldige kan worden toegerekend dat de belastingaanslag niet kan worden voldaan. Daarvan is sprake als:
de belastingschuldige opzet of grove nalatigheid is te verwijten;
de belastingschuldige geen gebruik heeft gemaakt van het recht op voorlopige teruggave, huur- of zorgtoeslag of andere voorliggende inkomensvoorzieningen, waardoor de belastingaanslag (gedeeltelijk) zou kunnen worden betaald, met dien verstande dat het gebrek aan een dergelijke voorziening de belastingschuldige bij zijn eerste verzoek niet aangerekend wordt; of
de belastingschuldige in surséance van betaling of in staat van faillissement verkeert, tenzij een akkoord is gesloten als bedoeld in de artikelen 138 en 252 Faillissementswet (FW); of
ten aanzien van de belastingschuldige de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, tenzij sprake is van een akkoord als bedoeld in artikel 329 FW, dan wel van een belastingaanslag, niet zijnde een belastingaanslag als bedoeld in artikel 8 tweede lid van de regeling, voor zover die materieel verschuldigd is geworden op een tijdstip of over een tijdvak dat is gelegen na de uitspraak waarbij de schuldsaneringsregeling van toepassing is verklaard, en niet kan worden aangemerkt als een boedelschuld; of
door de invorderingsambtenaar nadere voorwaarden zijn gesteld en aan die voorwaarden nog niet is voldaan. Zodra aan de gestelde voorwaarden is voldaan, kan alsnog kwijtschelding worden verleend; of
wanneer aannemelijk is dat de belasting waar kwijtschelding voor wordt gevraagd kan worden voldaan omdat op korte termijn na indiening van het verzoek, en indien van toepassing in ieder geval voordat de dwanginvordering start, een zodanige verbetering is te verwachten in de financiële omstandigheden dat er betalingscapaciteit dan wel vermogen ontstaat.
Begrip ‘ex-ondernemer’ en kwijtschelding
Als een ex-ondernemer om kwijtschelding vraagt, past de invorderingsambtenaar het kwijtscheldingsbeleid voor particulieren toe of de schuldenregeling voor particulieren en ex-ondernemers.
Er is geen sprake van een ex-ondernemer als (een deel van) het bedrijfsvermogen nog aanwezig is. In dat geval zal het verzoek om kwijtschelding moeten worden behandeld overeenkomstig het bepaalde in artikel 26.3 van deze Leidraad. Het nog aanwezige bedrijfsvermogen zal geheel moeten worden gebruikt ter aflossing van de openstaande (zakelijke) belastingaanslagen.
Verzoekschriften aan andere instellingen
De invorderingsambtenaar houdt de invordering aan als er een verzoekschrift is ingediend bij het college, de raad of de (gemeentelijke) ombudsman. Als naar het oordeel van de invorderingsambtenaar aanwijzingen bestaan dat door het niet direct aanvangen of vervolgen van de invordering de belangen van de gemeente worden geschaad, kunnen toch invorderingsmaatregelen getroffen worden.
Onherroepelijke invorderingsmaatregelen mogen alleen worden genomen na voorafgaande toestemming van het college van B&W.
Kwijtschelding van leges voor een Nederlandse Identiteitskaart (vervallen)
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor particulieren
Vermogen
Onder vermogen wordt verstaan de waarde in het economische verkeer van de bezittingen van de belastingschuldige en zijn echtgenoot, verminderd met de schulden van de belastingschuldige en de echtgenoot die hoger bevoorrecht zijn dan de gemeentelijke belastingen.
Ook als de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is getrouwd, of bij ongehuwd samenwonenden, is het voorgaande van overeenkomstige toepassing. Dit ondanks het feit dat de partner niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag.
In de vermogensvrijstelling wordt het bedrag van de gemeentelijke aanslag(en) over de jaarschijf meegeteld waar het kwijtscheldingsverzoek betrekking op heeft. Meetellen van de aanslagbedragen leidt er aldus toe dat gedeeltelijke kwijtschelding op grond van de vermogenstoets niet verleend kan worden.
De inboedel
In afwijking van artikel 12 lid 2a van de regeling wordt, behoudens buitengewone omstandigheden of het vermoeden van paulianeus handelen, afgezien van taxatie van de executiewaarde van de inboedel. Deze waarde blijft bij de bepaling van het vermogen buiten beschouwing.
De auto
Artikel 12 lid 2c van de regeling schrijft voor dat de waarde van de auto niet als vermogensbestanddeel wordt gezien als deze op het moment waarop het verzoek wordt ingediend een waarde heeft van € 2269 of minder. Als de waarde meer bedraagt, wordt de volle waarde als vermogen in aanmerking genomen. In aanvulling op genoemd artikel wordt deze vermogensregel eveneens toegepast op motorfietsen, campers en dergelijke.
Een voertuig zoals hierboven benoemd wordt niet als een vermogensbestanddeel in aanmerking genomen als de belastingschuldige aan de invorderingsambtenaar aannemelijk kan maken dat die auto absoluut onmisbaar is voor de uitoefening van het beroep, het verwerven van een baan of het volgen van een opleiding, dan wel absoluut onmisbaar is in verband met invaliditeit of ziekte van de belastingschuldige of zijn gezinsleden. Met gezinsleden wordt bedoeld de echtgenoot van belastingschuldige of zijn kind(eren), voor zover deze geen eigen inkomen/vermogen heeft (hebben) waaruit de auto in beginsel zou kunnen worden betaald. Om als onmisbaar vanwege invaliditeit of ziekte beschouwd te worden dient ten minste een invalidenparkeerkaart aanwezig te zijn. Als onmisbaar voor de uitoefening van een beroep of het volgen van een opleiding geldt een auto wanneer, naar het oordeel van de invorderingsambtenaar, de reis met andere vervoermiddelen buitensporig omslachtig of duur zou zijn.
De veilingwaarde die het taxatiemodel van de Anwb aangeeft telt als waarde van de auto. Indien dit model geen of onvoldoende uitsluitsel bieden wordt op andere wijze een schatting van de waarde gemaakt. In geval van schade of tekortkomingen aan de auto vindt een schouw plaats.
Saldo op bankrekening
Incidentele ontvangsten op een bank- of girorekening worden voor de bepaling van een aanwezig vermogensbestanddeel ook in aanmerking genomen.
Met de volgende vormen van incidentele inkomsten wordt geen rekening gehouden bij de bepaling van het vermogen en de vermogensvrijstelling, met dien verstande dat deze ontvangsten geacht worden te (zijn) vervallen in evenveel maandelijkse termijnen als het tijdvak telt waar de ontvangst betrekking op heeft:
vakantiegeld
individuele inkomenstoeslag en overige door de gemeente in het kader van de Participatiewet verstrekte toeslagen
overige door de overheid verstrekte incidentele inkomensondersteuning, voor zover aan een maximum (belastbaar) inkomen gebonden
waarderingsbijdragen, zoals uitstroom- en vrijwilligerswerkpremie of mantelzorgcompliment
nabetaling van achterstallig inkomen of toeslagen
voorschot op regulier inkomen
teruggave op grond van buitengewone lasten
een afkoopsom ineens, ontvangen in plaats van een regulier pensioen
vooraf verstrekte onkostenvergoedingen
schadevergoedingen
aanspraken op een verstrekking uit het persoonsgebonden budget
bijzonder vermogen zoals vrijgesteld voor toetsing door de Belastingdienst Toeslagen
De nog beschikbare kredietruimte van een doorlopend krediet wordt niet als een vermogensbestanddeel aangemerkt.
Indien het banksaldo van de aanvrager 100 tot 110% van zijn vermogensvrijstelling bedraagt, wordt het gemiddelde saldo gedurende een periode van ten minste drie maanden als relevant vermogen beschouwd.
De eigen woning
De waarde van onroerende zaken die een belastingschuldige in zijn bezit heeft, wordt aangemerkt als een vermogensbestanddeel indien de waarde hoger is dan de hypotheekschuld.
Uitgangspunt voor de waardebepaling is de waarde van de onroerende zaak zoals vastgesteld volgens de Wet waardering onroerende zaken (Wet woz). Daarvan dient de hypotheekschuld op het moment van de aanvraag afgetrokken te worden.
Indien slechts de aanwezigheid van vermogen vastgelegd in onroerende zaken leidt tot de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding en
de waarde van de onroerende zaak is niet hoger dan € 400.000, en
het positieve verschil tussen de vastgestelde waarde en de hypotheekschuld is niet groter dan de vermogensvrijstelling van art 34 lid 2-d Pw,
dan wordt het kwijtscheldingsverzoek formeel afgewezen, maar de invorderingsambtenaar ziet vooralsnog af van verdere invordering. Voortzetting van de invordering vindt pas plaats indien de onroerende zaak verkocht wordt en de belastingschuldige vervolgens over vermogen in de zin van artikel 12 lid 2d van de regeling blijkt te beschikken, dan wel indien de belastingschuldige komt te overlijden. In dat geval zal de belastingaanslag in de boedel worden ingebracht
Indien een verzoek afgewezen wordt vanwege vermogen vastgelegd in een onroerende zaak en een bezwaarschrift tegen de vastgestelde waarde van die onroerende zaak leidt slechts op grond van artikel 2 Uitvoeringsbesluit Wet woz (ambtshalve beoordeling) niet tot herziening van de waarde, dan wordt voor de beoordeling van het kwijtscheldingsverzoek de werkelijke, door middel van hertaxatie vastgestelde waarde van de onroerende zaak in beschouwing genomen.
Vermogen van kinderen
Als bij de belastingschuldige kinderen thuis wonen die over een eigen vermogen beschikken, wordt dat vermogen bij de beoordeling van het door de ouder ingediende verzoek om kwijtschelding niet in aanmerking genomen, tenzij die ouder (een deel van) zijn vermogen heeft toebedeeld aan zijn kind(eren) om daaruit een fiscaal voordeel te behalen of wanneer de ouder het vermogen van het kind gebruikt als financieringsbron.
Nalatenschappen
Een belastingaanslag ten name van overledenen of erfgenamen, die deel van een geaccepteerde erfboedel uitmaakt, kan kwijtgescholden worden indien aan alle volgende voorwaarden wordt voldaan:
Er is slechts één erfgenaam.
Er is onvoldoende vermogen in de boedel.
De erfgenaam voldoet aan de voorwaarden van de kwijtscheldingstoets.
Betalingscapaciteit
Als is vastgesteld dat geen of onvoldoende vermogensbestanddelen aanwezig zijn om de openstaande belastingaanslag te voldoen, moet worden beoordeeld in hoeverre de aanwezige betalingscapaciteit voldoende is om de belastingaanslag te voldoen.
De betalingscapaciteit wordt gevormd door het positieve verschil tussen het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige en de gemiddeld per maand te verwachten kosten van bestaan in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend, met dien verstande dat de uitgaven voor woonkosten en voor ziekteverzekeringskosten afzonderlijk niet lager dan nul kunnen zijn.
Het netto besteedbaar inkomen van de belastingschuldige wordt vermeerderd met het gemiddeld per maand te verwachten netto besteedbaar inkomen van zijn echtgenoot in de periode van twaalf maanden vanaf de datum waarop het verzoek om kwijtschelding is ingediend. Ook wanneer de belastingschuldige onder huwelijkse voorwaarden is gehuwd of bij ongehuwd samenwonenden is het voorgaande van toepassing, ondanks het feit dat de partner mogelijk niet aansprakelijk kan worden gesteld voor de voldoening van de belastingaanslag. De vaststelling van het totale netto besteedbaar inkomen staat los van de aansprakelijkheid tot betaling van de aanslagen waarvoor kwijtschelding wordt verzocht.
Een bedrag ineens, dat in de plaats komt van een structurele inkomensbron, wordt ter beoordeling van de betalingscapaciteit omgerekend naar maandelijkse termijnen.
Aan de in artikel 14 lid 1c van de regeling genoemde inkomsten die van de betalingscapaciteit zijn uitgezonderd wordt toegevoegd:
Overige incidentele inkomensondersteunende maatregelen, uitgaande van de centrale of decentrale overheid.
Aanspraken op een verstrekking uit het persoonsgebonden budget
Mogelijke sancties die voortvloeiend uit hetgeen in de Pw ter zake is bepaald of ten gevolge van beleidsregels worden opgelegd, leiden niet tot een voor de belastingschuldige ongunstiger omstandigheid.
Ten aanzien van 65+ers geldt, dat het netto ontvangen bedrag van de AOW, vermeerderd met vakantiegeld en de extra tegemoetkoming (KOB), als normbedrag ter bepaling van de betalingscapaciteit geldt. De effecten van de wet ‘Geleidelijke afbouw van de dubbele heffingskorting in het referentieminimumloon tot één keer de algemene heffingskorting met uitzondering van het referentieminimumloon voor de Algemene Ouderdomswet’ hebben geen invloed op het normbedrag.
Dit normbedrag geldt vanaf het bereiken van de leeftijd van 65 jaar.
Ten aanzien van alleenstaande ouders geldt, dat het norminkomen gelijk wordt gesteld aan 90% van de norm van artikel 21a Pw. Met het kind gebonden budget wordt geen rekening gehouden.
Vakantiegeld
Tot het inkomen wordt ook het vakantiegeld gerekend. Het vakantiegeld wordt gesteld op 7% van de aan loonheffingen onderworpen inkomsten waarbij aanspraak bestaat op vakantiegeld.
Als uit het ingediende verzoekformulier blijkt, dan wel de invorderingsambtenaar uit eigen wetenschap bekend is, dat het reëel genoten vakantiegeld meer of minder bedraagt dan 7%, wordt het reëel genoten vakantiegeld in aanmerking genomen. In geval van een uitkering krachtens Pw, AOW, ANW, WAO/WIA of Wajong worden de percentages gehanteerd zoals door het Ministerie van SZW bekend gemaakt.
Studiefinanciering
Bij de berekening van het netto besteedbare inkomen wordt rekening gehouden met inkomsten die studenten nog ontvangen op grond van de WSF 2000 en hoofdstuk 4 van de Wet tegemoetkoming onderwijsbijdrage en schoolkosten (WTOS VO-18+). Eventuele andere inkomsten worden daar bij opgeteld.
Een lening telt als inkomen mee.
Op het inkomen worden de forfaitaire bedragen voor boeken- en collegegeld, zoals jaarlijks bekendgemaakt door het ministerie van OCW, in mindering gebracht.
Bijzondere bijstand/ouderlijke bijdrage
Uitkeringen die worden ontvangen in het kader van bijzondere bijstand en die zijn bestemd voor bestrijding van specifieke kosten waarin de reguliere bijstandsuitkering niet voorziet worden niet als inkomen in aanmerking genomen. Een uitzondering geldt voor de woonkostentoeslag; deze wordt analoog aan de huurtoeslag in mindering gebracht op de uitgaven.
De bijzondere (aanvullende) bijstand voor personen jonger dan 21 jaar, wordt daarentegen wél als inkomen in aanmerking genomen, evenals de ouderlijke bijdrage in geld die deze jongeren ontvangen. In dat geval is de bijzondere bijstand niet bestemd voor bestrijding van specifieke kosten waarin de reguliere bijstandsuitkering niet voorziet. De bijzondere bijstand voor jongeren dient ter aanvulling van de zeer lage bijstandsnorm, als de ouderlijke bijdrage – die geacht wordt deze lage bijstandsnorm aan te vullen tot het niveau van de bijstandsnorm voor personen van 21 tot 65 jaar – geheel of gedeeltelijk ontbreekt.
Betalingen op belastingschulden
Tot betalingen op belastingschulden worden alleen de betalingen gerekend op preferente belastingen, waaronder ook de terugbetalingen die worden verricht op grond van de inkomensafhankelijke toeslagenwetten.
Woonlasten van meerpersoonshuishoudens
In het geval een belastingschuldige met ten minste twee personen van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert, of in het geval de belastingschuldige met één of meer bloedverwanten in de eerste graad van 18 jaar of ouder een gezamenlijke huishouding voert dan wel anderszins op één adres verblijf houdt, wordt bij de berekening van de betalingscapaciteit geen rekening gehouden met de netto-woonlasten, tenzij de belastingschuldige aannemelijk maakt dat de woonlasten niet gedeeld kunnen worden.
Uitgaven in verband met onderhoudsverplichtingen
Naast de alimentatieverplichtingen wordt bij de berekening van het netto besteedbaar inkomen de daadwerkelijk betaalde onderhoudsbijdrage – de bijdrage die een gemeente op grond van de Pw van een ex-partner vordert in de kosten van bijstand – in mindering gebracht.
Kwijtschelding door middel van verkort aanvraag traject (VAT)
De invorderingsambtenaar kan, voordat de belastingplicht is geformaliseerd, er voor kiezen kwijtschelding te verlenen op grond van marginale toetsing via een mutatieformulier. Dit geldt alleen indien de belastingplichtige voldoet aan alle onderstaande voorwaarden:
In het voorgaande jaar is kwijtschelding verleend
De belastingplichtige heeft geen inkomen via de DUO
De belastingplichtige is niet onder bewind gesteld of in budgetbeheer
In het huishouden van de belastingplichtige heeft niemand in het voorgaande jaar de leeftijd van 18 jaar, 21 jaar of die van 65 jaar bereikt, en niemand zal laatstgenoemde leeftijd bereiken in de eerste helft van het betrokken belastingjaar
Er heeft geen vermogensvorming in de zin van de kwijtscheldingsregeling plaatsgevonden
De belastingplichtige heeft geen onroerend goed in eigendom.
De invorderingsambtenaar houdt door middel van gegevenstoetsing bij derden en desgewenst door toezending van een regulier aanvraagformulier periodieke controles op de rechtmatigheid van deze procedure.
Ambtshalve kwijtschelding
De invorderingsambtenaar kan, voordat de belastingplicht is geformaliseerd, er voor kiezen ambtshalve kwijtschelding te verlenen na geautomatiseerde toetsing. Dit geldt alleen wanneer de belastingplichtige voldoet aan de in artikel 26.2.15 vermelde voorwaarden, waarbij de verplichting van punt 1 vervalt indien de belastingplichtige toestemming heeft gegeven tot toetsing bij derden.
De gemeente maakt gebruik van de gegevens die door Stichting Inlichtingenbureau gegenereerd worden.
Bij de beoordeling van de door het Inlichtingenbureau geleverde gegevens past de invorderingsambtenaar ten aanzien van het geconstateerde inkomen een korting toe die op grond van de toetsingspraktijk geldt als minimale uitgaven in de zin van de regeling. Ten aanzien van het vermogen in de vorm van een banksaldo hanteert de invorderingsambtenaar de gemiddelde vrijstelling zoals is gebleken uit de toetsingspraktijk.
De invorderingsambtenaar kan tevens gebruik maken van de door het Inlichtingenbureau aangeboden faciliteit om tussentijdse controle en toetsing van (al dan niet initiële) aanvragen te verrichten. Kwijtscheldingsgerechtigden hoeven dan niet op voorhand een aanvraagformulier in te dienen.
Eveneens kan de invorderingsambtenaar, voordat of nadat de belastingplicht is geformaliseerd, ambtshalve kwijtschelding verlenen aan belastingplichtigen op grond van gegevens van de Gemeentelijke Kredietbank (GKB), die aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:
De belastingplichtige heeft een inkomen op of net boven bijstandsniveau
De belastingplichtige is in volledig budgetbeheer bij de GKB
Er is geen vermogen in de zin van de kwijtscheldingsregeling.
Voorts kan de invorderingsambtenaar, voordat of nadat de belastingplicht is geformaliseerd, ambtshalve kwijtschelding verlenen aan belastingschuldigen op grond van gegevens van Masis CBM BV en andere betrouwbare bewindvoerders, die aan alle onderstaande voorwaarden voldoen:
De belastingplichtige heeft een inkomen op bijstandsniveau
De belastingplichtige is bij rechterlijke uitspraak onder bewind gesteld
Er is geen vermogen in de zin van de kwijtscheldingsregeling.
De invorderingsambtenaar kan ten slotte, nadat de belastingplicht is geformaliseerd, ambtshalve kwijtschelding verlenen op basis van een recente toewijzing kwijtschelding waterschapslasten of van een andere woongemeente indien de belastingschuldige is verhuisd.
Kwijtschelding tijdens WSNP/MSNP
Als sprake is van een belastingschuldige ten aanzien van wie de schuldsaneringsregeling natuurlijke personen van toepassing is verklaard, en die belastingschuldige verzoekt om kwijtschelding van nadien opgekomen belastingschulden die niet zijn aan te merken als boedelschuld, dan wordt het verzoek behandeld overeenkomstig het bestaande beleid.
Dit betekent dus onder meer dat bij de berekening van de betalingscapaciteit op het inkomen van de belastingschuldige niet in mindering wordt gebracht dat deel van het inkomen dat onder beheer van de bewindvoerder naar de boedel gaat. Verder geldt dat de middelen die de boedel vormen en onder beheer van de bewindvoerder berusten, niet beschouwd worden als vermogen in de zin van artikel 12 van de regeling.
Aangezien de minnelijke schuldsanering (msnp) als voorliggende voorziening voor de wsnp geldt, is bovenstaande eveneens van toepassing op belastingschuldigen op wie het msnp-traject van toepassing is.
Normpremie ziektekostenverzekering begrepen in de bijstandsuitkering
De normpremie, bedoeld in artikel 2 van de Wet op de zorgtoeslag en voor zover deze is begrepen in de bijstandsnorm, is voor een alleenstaande of een alleenstaande ouder, respectievelijk voor echtgenoten, het jaarlijks door het Ministerie van Sociale Zaken vermelde bedrag. Deze forfaitaire bedragen komen in de plaats van de individuele berekening zoals in de Wet op de zorgtoeslag is geregeld.
Onderhoud gezinsleden in het buitenland
De hier te lande alleenwonende gehuwde belastingschuldige die zijn in het buitenland verblijvende echtgenote en/of kinderen daadwerkelijk onderhoudt, wordt voor de berekening van de betalingscapaciteit niet als een alleenstaande aangemerkt. Uitgegaan wordt van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw. Als huur wordt de hier te lande betaalde huur in aanmerking genomen. Door toepassing van het normbedrag voor echtgenoten in de zin van artikel 3 Pw, wordt op forfaitaire wijze rekening gehouden met de bedragen die de buitenlandse werknemer aan zijn bloed- of aanverwanten overmaakt voor de kosten van levensonderhoud. Met de werkelijke bedragen die de buitenlandse belastingschuldige overmaakt wordt geen rekening gehouden, tenzij het niet aannemelijk is dat de onderhoudsbijdrage wordt voldaan.
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor ondernemers
Belastingen die in aanmerking komen voor kwijtschelding
Alleen belastingaanslagen die betrekking hebben op de privé-woonlasten van een ondernemer kunnen kwijtgescholden worden. Om in geval van een woning, deels in gebruik als niet-woning, te bepalen welk deel de privé-lasten betreft, geldt de objectafbakening conform de Wet Woz.
Ondernemers die in aanmerking komen voor kwijtschelding
Aan ondernemers, die niet in een saneringsakkoord zijn betrokken, kan kwijtschelding worden verleend indien zij niet tevens werkgever zijn.
Toetsing van kwijtscheldingsverzoeken
De toetsingsnormen zijn conform de regeling en hetgeen in hoofdstuk 26 van deze Leidraad is vermeld.
De invorderingsambtenaar kan, ter toetsing van een kwijtscheldingsverzoek, vragen om een inkomstenverklaring van de Belastingdienst. Aangezien deze verklaring in de regel niet eerder beschikbaar is dan in het jaar volgend op het belastingjaar waar het verzoek betrekking op heeft, wordt de invordering in beginsel stopgezet tot het moment dat het verzoek beoordeeld is. Aan de hand van de inkomstenverklaring wordt de betalingscapaciteit berekend. De invorderingsambtenaar kan ook op andere wijze, bijvoorbeeld aan de hand van overboekingen of geldopnames van de bankrekening of een aan het Besluit Bijstandsverlening Zelfstandigen conforme berekening, zich een oordeel vormen over de betalingscapaciteit.
Als vermogen in de zin van de kwijtscheldingsregeling gelden de middelen die niet exclusief voor de uitoefening van het beroep dienen.
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen voor ondernemers bij een saneringsakkoord
Aansprakelijkheid en kwijtschelding voor ondernemers
Voordat de invorderingsambtenaar toetreedt tot een saneringsakkoord gaat hij na of de mogelijkheid bestaat (een) derde(n) aansprakelijk te stellen voor een onbetaald gebleven belastingschuld. Als de (te verwachten) opbrengst uit de aansprakelijkstelling zodanig is dat het aanbod tot een saneringsakkoord voor de invorderingsambtenaar geen betere perspectieven biedt, treedt de invorderingsambtenaar niet toe tot het akkoord.
Bij toetreding tot een saneringsakkoord kan de invorderingsambtenaar er van afzien derden alsnog aansprakelijk te stellen. In dat geval moet bij de vaststelling van het bedrag dat aan de invorderingsambtenaar moet worden voldaan rekening worden gehouden met het bedrag dat uit de aansprakelijkstelling geïnd had kunnen worden.
Als de invorderingsambtenaar toetreedt tot een saneringsakkoord en daarnaast nog derden aansprakelijk stelt, blijft bij de vaststelling van het bedrag dat in het akkoord moet worden voldaan een (eventuele) opbrengst uit de aansprakelijkstelling buiten beschouwing. In de situatie dat de aansprakelijkgestelde zijn regresrecht op de gesaneerde onderneming uitoefent en het bedrijf daardoor opnieuw in moeilijkheden komt, eist de invorderingsambtenaar niet dat de onderneming het ontstane tekort alsnog aanvult. Als later blijkt dat de aansprakelijkgestelde niet kan betalen, eist de invorderingsambtenaar evenmin het ontstane tekort op.
Voorwaarden tot deelname aan een saneringsakkoord
In aanvulling van artikel 22 van de regeling werkt de invorderingsambtenaar uitsluitend mee aan een saneringsakkoord als de communautaire middelen volledig worden voldaan.
De invorderingsambtenaar verleent geen medewerking aan een saneringsakkoord waarbij één of meer schuldeisers het gedeelte van hun vordering dat niet wordt voldaan niet kwijtschelden maar overdragen aan een derde of omzetten in aandelenkapitaal.
Toepassingsbereik saneringsakkoord
Bij de beoordeling van het aangeboden saneringsakkoord bekijkt de invorderingsambtenaar welke belastingaanslagen in het akkoord kunnen worden betrokken. Uitgangspunt hierbij is de formele belastingschuld ten tijde van het verzoek.
Bij de behandeling van het aangeboden akkoord is het de taak van de belastingschuldige/ondernemer er voor te zorgen dat de formele schuld zo nauwkeurig mogelijk overeenstemt met de materiële schuld. Als de belastingschuldige niet de gegevens overlegt die (kunnen) leiden tot een juiste vaststelling van de verschuldigde belasting, is er geen aanleiding voor de invorderingsambtenaar toe te treden tot het aangeboden akkoord.
Ook de invorderingsambtenaar heeft de inspanningsverplichting om de te saneren schuld zo volledig mogelijk en tot het juiste bedrag vast te stellen en de eventueel nog (materieel) verschuldigde belastingen over tijdvakken tot aan het tijdstip waarop het verzoek om sanering is ingediend, te formaliseren.
Bestuurlijke boeten en saneringsakkoord
Bestuurlijke boeten moeten ook integraal in het akkoord worden betrokken. Uitgangspunt is dat het heffingstraject moet worden afgewerkt voordat tot sanering kan worden overgegaan. Daarna past de invorderingsambtenaar het akkoordpercentage toe op de belastingschuld én op de bestuurlijke boete.
Rente en kosten en saneringsakkoord
De invorderingsambtenaar betrekt rente en kosten integraal in het akkoord. Het bedrag dat op basis van het akkoord is betaald, wordt in afwijking van artikel 7 van de wet op de hoofdsom afgeboekt. De invorderingsambtenaar vermeldt dit in de beschikking.
Speciale crediteuren en saneringsakkoord
Een aantal crediteuren neemt een zodanige positie in dat zij niet noodzakelijkerwijs tot een akkoord hoeven toe te treden om (een deel van) de vordering die zij hebben, te kunnen innen. Tot die crediteuren behoren onder meer:
Pandhouders. Omdat het recht van voorrang van de pandhouder op het in pand gegeven goed boven het voorrecht van de fiscus gaat, staat het niet deelnemen van de pandhouder aan het akkoord niet aan een deelname daaraan door de invorderingsambtenaar in de weg. Vanzelfsprekend zal in aanmerking moeten worden genomen dat het recht van voorrang van de pandhouder afhankelijk is van – en dus qua belang beperkt is tot – de waarde van het in pand gegeven goed. Voor het niet door pand gedekte gedeelte van zijn vordering kan de pandhouder slechts als concurrent schuldeiser worden aangemerkt. De bezitloos pandhouder wiens pandrecht betrekking heeft op een zaak als bedoeld in artikel 21, tweede lid, tweede volzin, van de wet is voor die zaak lager bevoorrecht dan de fiscus. Voor hem geldt het voorgaande dus niet.
Leveranciers die de eigendom van de geleverde zaak hebben voorbehouden. Als een leverancier de eigendom van de geleverde zaak heeft voorbehouden, moet bij het bepalen van de grootte van zijn vordering rekening worden gehouden met dat eigendomsvoorbehoud. Het voorgaande is niet van toepassing als de invorderingsambtenaar met toepassing van het bodemrecht beslag heeft gelegd op deze zaak. In dat geval moet integrale voldoening van de waarde van de bodemzaak worden geëist en voor het restant van de fiscale vordering (ten minste) het dubbele percentage.
Cessionarissen. Als sprake is van rechtsgeldige gecedeerde uit te betalen bedragen en de invorderingsambtenaar heeft eveneens met de cessie ingestemd, dan wordt bij een akkoord de vordering van de crediteur/cessionaris in aanmerking genomen met inachtneming van de te verwachten uit te betalen bedragen. De hoogte van de vordering van de invorderingsambtenaar wordt bepaald zonder rekening te houden met de te verwachten – maar rechtsgeldig gecedeerde – uit te betalen bedragen.
Onder ‘dwangcrediteuren’ worden verstaan leveranciers die niet bereid zijn aan een akkoord mee te werken omdat de onderneming zonder hen niet verder kan werken.
Hiermee vergelijkbaar is de adviseur/boekhouder die de stukken moet produceren die voor de beoordeling van het aanbod nodig zijn. Bij de beoordeling van het akkoord houdt de invorderingsambtenaar rekening met de volledige betaling van de vordering van de adviseur/boekhouder.
Administratief beroep en herhaald verzoek
Administratief beroep tegen de afwijzing van een verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige zich niet kan verenigen met de beschikking van de invorderingsambtenaar op het verzoek om kwijtschelding, kan hij een gemotiveerd beroepschrift richten tot het college van B&W. Het beroepschrift wordt ingediend bij de invorderingsambtenaar.
In verband met het aan het college uit te brengen advies zendt de invorderingsambtenaar zo nodig opnieuw een verzoekformulier aan de belastingschuldige toe.
Als de belastingschuldige het nader toegezonden verzoekformulier niet terugzendt, stelt de invorderingsambtenaar hem in de gelegenheid dit alsnog te doen. Als de belastingschuldige hieraan geen gevolg geeft, stelt de invorderingsambtenaar het college daarvan in kennis. De invorderingsambtenaar adviseert dan om niet aan het beroepschrift tegemoet te komen.
Herhaald verzoek om kwijtschelding
De belastingplichtige kan een herhaald verzoek om kwijtschelding indienen wanneer binnen hetzelfde belastingjaar sprake is van een onvoorziene terugval in inkomen, waardoor er wellicht geen sprake meer zou zijn van betalingscapaciteit. De invorderingsambtenaar betrekt dan de nieuwe gegevens bij het eerste verzoek. In dit geval staat daarna de administratieve beroepsprocedure bij het college van B&W open.
De invorderingsambtenaar behandelt een beroepschrift tegen de afwijzing als herhaald verzoek wanneer het eerste verzoek is afgewezen als gevolg van een duidelijke, ambtelijke fout. Daarvoor kunnen de gegevens van het eerste verzoek worden gebruikt. Ook in dit geval staat de beroepsprocedure daarna open.
Wanneer een belastingschuldige aan wie kwijtschelding is verleend in de loop van het belastingjaar verhuist naar een ander adres binnen de gemeente, is een nieuwe aanvraag voor kwijtschelding niet nodig.
Beroepsfase kwijtschelding
Als uit het beroepschrift niet duidelijk blijkt waarop het beroep is gebaseerd, verzoekt de invorderingsambtenaar de belastingschuldige het beroepschrift binnen een redelijke termijn (nader) te motiveren. De invorderingsambtenaar wijst daarbij op een mogelijke niet-ontvankelijkheid bij het niet voldoen aan deze motiveringsplicht. Op verzoek kan de belastingschuldige worden gehoord.
Gegevens en normen eerste verzoek om kwijtschelding
Bij de behandeling van het beroepschrift zijn de gegevens en normen van belang die van toepassing waren bij de beoordeling van het eerste verzoek. Alle voor de kwijtscheldingsregeling relevante aspecten worden opnieuw beoordeeld. De invorderingsambtenaar kan ontbrekende gegevens, die om uiteenlopende redenen bij het eerste verzoek buiten beschouwing zijn gebleven, alsnog opvragen.
Beslissing college van B&W op beroep bij kwijtschelding
In alle gevallen waarin het college het beroep beoordeelt, kan hij de zaak inhoudelijk afdoen. Hetzij door het verzoek alsnog toe te wijzen, hetzij door het af te wijzen onder handhaving, verbetering of vervanging van de gronden.
Invordering na administratief beroep en herhaald verzoek om kwijtschelding
Als een verzoek om kwijtschelding wordt afgewezen, wordt de invordering niet eerder voortgezet dan nadat een maand is verstreken. Artikel 9 van de regeling is van overeenkomstige toepassing. Als binnen de termijn van tien dagen een beroepschrift wordt ingediend, dan wordt gedurende de behandeling van dit beroepschrift ook gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling.
Indiening van het beroepschrift na de termijn van tien dagen leidt tot niet-ontvankelijkheid. Dit neemt echter niet weg dat – als het belang van de invordering zich daartegen niet verzet – van het college mag worden verwacht dat hij alsnog ambtshalve de grieven die in het beroepschrift zijn aangedragen op hun waarde beoordeelt. Ook in dat geval wordt gehandeld overeenkomstig artikel 9 van de regeling. Indien de beroepstermijn met meer dan een jaar is overschreden, weegt het belang van de invordering in principe zwaarder.
Niet tijdig beslissen op een verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar nalaat om tijdig een beslissing te nemen op een verzoek om kwijtschelding, kan de belastingschuldige hiertegen beroep instellen bij het college. Hieraan is geen termijn gebonden.
Als tijdens de beroepsprocedure blijkt dat de invorderingsambtenaar kwijtschelding had moeten verlenen, dan hoeft het college niet te volstaan met de uitspraak dat de invorderingsambtenaar niet tijdig heeft beslist, maar kan hij op het beroepschrift van de belastingschuldige inhoudelijk beslissen.
Voortzetting van de invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding
Invordering na afwijzing verzoek om kwijtschelding
Als de invorderingsambtenaar afwijzend heeft beslist op een verzoek om kwijtschelding of een aangeboden akkoord, of het college heeft afwijzend beslist op een ingediend beroepschrift tegen een afwijzende beschikking van de invorderingsambtenaar, dan moet de belastingschuldige het op de belastingaanslag(en) verschuldigde bedrag binnen een maand na dagtekening van de afwijzende beschikking of binnen de betaaltermijnen die op het aanslagbiljet zijn aangegeven, voldoen. Na deze termijn kan de invorderingsambtenaar de invordering aanvangen dan wel voortzetten. De termijn van een maand geldt niet als sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 10 van de wet.
Geen verdere invorderingsmaatregelen en afwijzing verzoek om kwijtschelding
Als de belastingschuldige niet in aanmerking komt voor kwijtschelding maar de invorderingsambtenaar voortzetting van de invordering niet gewenst vindt, wijst de invorderingsambtenaar het verzoek om kwijtschelding af. De invorderingsambtenaar neemt in die beschikking op in hoeverre hij geen invorderingsmaatregelen zal treffen.
Als de invorderingsambtenaar besluit tot het niet meer nemen van invorderingsmaatregelen voor de nog openstaande schuld zonder dat hij daaraan voorwaarden verbindt, heeft de beslissing voor de belastingschuldige materieel dezelfde gevolgen als kwijtschelding.
De invorderingsambtenaar kan ook besluiten geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog openstaande schuld onder de voorwaarde dat eventuele uit te betalen bedragen verrekend worden met de buiten de invordering gelaten schuld. De termijn waarbinnen verrekening plaatsvindt bedraagt maximaal drie jaar, te rekenen vanaf de datum van de beschikking, dan wel – als dit minder is – de tijd die nog overblijft voordat de verjaring van de belastingaanslag intreedt. De invorderingsambtenaar neemt deze voorwaarde voor verrekening uitdrukkelijk in de beschikking op.
Als de invorderingsambtenaar besluit voorlopig geen invorderingsmaatregelen meer te nemen voor de nog openstaande schuld, zal hij aan die beslissing voorwaarden verbinden dan wel daarin een tijdsbepaling opnemen. Anders dan kwijtschelding is een toezegging onder voorwaarden herroepelijk. Als de belastingschuldige de voorwaarden niet nakomt, kan de invorderingsambtenaar zijn eerdere toezegging bij beschikking intrekken. De invorderingsambtenaar gaat hier pas toe over nadat hij belastingschuldige een brief heeft gestuurd over zijn voornemen de toezegging in te trekken als niet binnen veertien dagen alsnog aan de voorwaarden wordt voldaan.
Artikel 26.
Kwijtschelding van gemeentelijke belastingen
Onderdeel van Leidraad invordering gemeentelijke belastingen 2020 Gemeente Midden-Groningen