Naar hoofdinhoud
1.. Indien het drempelbedrag niet binnen de genoemde termijn is bijgeschreven, verklaart het college de aanvraag niet- ontvankelijk, tenzij redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat aanvrager in verzuim is geweest. 2.. Het college neemt de aanvraag niet in behandeling, indien: het aanvraagformulier als bedoeld in artikel 2 niet of niet voldoende is ingevuld voor de beoordeling van de aanvraag, of aanvrager verzuimt om de gegevens en bescheiden die nodig zijn voor de beslissing op de aanvraag en waarover hij redelijkerwijs de beschikking kan hebben, aan te leveren, mits aanvrager de gelegenheid heeft gehad om binnen vier weken de aanvraag aan te vullen. 3.. Een besluit om de aanvraag op grond van lid 2 niet in behandeling te nemen wordt aan de aanvrager bekendgemaakt binnen vier weken na ontvangst van de aanvraag, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn is verstreken gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen. 4.. Het college kan de laatste in het derde lid genoemde termijn eenmaal met ten hoogste vier weken verlengen 5.. Indien de aanvraag kennelijk ongegrond is wijst het college de aanvraag af zonder inschakeling van een adviseur. Van kennelijk ongegrondheid is bijvoorbeeld sprake als er geen planologische wijziging is geweest en dus een grondslag om schadevergoeding aan te vragen ontbreekt. Ook indien de schade is verjaard kan een aanvraag wegens kennelijke ongegrondheid afgewezen worden. Ook als de schade evident voorzienbaar was ten tijde van de aankoop zal van kennelijke ongegrondheid sprake zijn. 7.. Het college is bevoegd de aanvraag binnen vier weken na ontvangst, onderscheidenlijk binnen acht weken nadat de termijn verstreken is gedurende welke de aanvrager de aanvraag kon aanvullen, af te wijzen, indien de aanvraag kennelijk ongegrond is.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel