Naar hoofdinhoud

HOOFDSTUK 3:

Artikel 37

Algemene bepalingen over stemming

Onderdeel van Vaststelling Reglement van Orde voor de gemeenteraad 2020

1.. De voorzitter vraagt of stemming nodig is. Als er geen stemming wordt gevraagd stelt de voorzitter vast dat het voorstel zonder hoofdelijke stemming is aangenomen. 2.. In de vergadering aanwezige leden kunnen aangeven dat zij geacht willen worden te hebben tegengestemd of zich op grond van artikel 28 Gemeentewet van stemming hebben onthouden. 3.. Stemming geschiedt bij handopsteking tenzij de voorzitter of een of meer leden vragen om een hoofdelijke stemming. 4.. Bij een hoofdelijke stemming roept de voorzitter de leden bij naam op hun stem uit te brengen, beginnend bij het lid dat als eerste is geloot. Vervolgens gaat de stemming met de klok mee vanuit de voorzitter gezien. 5.. Bij hoofdelijke stemming is ieder lid die zich niet van deelneming aan de stemming moet onthouden, verplicht zijn stem uit te brengen. 6.. De leden brengen hun stem uit door het woord ‘voor’ of ‘tegen’ uit te spreken, zonder enige toevoeging. 7.. Heeft een lid zich bij het uitbrengen van zijn stem vergist, dan kan hij deze vergissing nog herstellen voordat het volgende raadslid gestemd heeft. Merkt het raadslid zijn vergissing pas later, dan kan hij nadat de voorzitter de uitslag van de stemming bekend heeft gemaakt vragen om een aantekening dat hij zich heeft vergist, maar in de uitslag van de stemming brengt dit geen verandering. 8.. De voorzitter maakt de uitslag na afloop van de stemming bekend, met vermelding van het aantal voor en tegen het voorstel uitgebrachte stemmen. Hij geeft daarbij ook aan wat het genomen besluit is.

Rechtspraak bij dit artikel