Naar hoofdinhoud
Deze regeling is van toepassing op: de ouder die een uitkering heeft in het kader van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet, en gebruik maakt van een voorziening gericht op arbeidsinschakeling als bedoeld in art. 7 lid 1 a van de Participatiewet die de noodzaak tot kinderopvang met zich brengt. De ouder die in het berekeningsjaar de leeftijd van 18 jaar nog niet hebben bereikt, scholing of een opleiding volgen en met toepassing van artikel 16 of artikel 18, eerste en vierde lid, van de Participatiewet algemene bijstand ontvangen of kunnen ontvangen. De ouder die een inkomen uit arbeid heeft aangevuld met een uitkering in het kader van de Participatiewet, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers, Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen of de Algemene nabestaandenwet.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel