De controle van het PGB loopt via het trekkingsrecht (SVB). In het geval van herindicatie controleert het college de wijze van besteding van het eerder toegekende PGB.
De controle van het PGB voor hulpmiddelen, woonvoorzieningen en vervoersvoorzieningen vindt als volgt plaats. Iedere cliënt dient de volgende stukken te bewaren:
De nota/factuur van de aangeschafte voorziening;
Een betalingsbewijs van de aanschaf van de voorziening;
Of betalingsafschrift van de bank of giro waarop zichtbaar is dat de overschrijving heeft plaatsgevonden.
Bij een eenmalige PGB-uitkering zal het college bij cliënten bovenstaande stukken opvragen om te
controleren of het PGB besteed is aan het doel waarvoor het verstrekt is.
Is het PGB anders besteed dan bedoeld, dan kan het college overwegen het PGB geheel of
gedeeltelijk uit te betalen. Daarbij zal leidend zijn of er opzet in het spel is geweest, of dat sprake
is geweest van onwetendheid. In die laatste situatie kan overlegd worden dat deze situatie in de
toekomst vermeden dient te worden. Bij opzet moet afgewogen worden of terugvordering in
verhouding staat tot wat er bewust onjuist is gedaan.
HOOFDSTUK 4
Artikel 4.4.