**1..** Binnen vier weken nadat het programma is vastgesteld treedt het college in overleg met de aanvrager over de wijze waarop de op het programma geplaatste voorziening wordt uitgevoerd. In dit overleg wordt alle informatie verstrekt die nodig is voor het uitvoeren van de voorziening en worden, voor zover van toepassing, afspraken gemaakt over:
het bouwheerschap, bedoeld in artikel 103 van de Wet op het primair onderwijs, artikel 101 van de Wet op de expertisecentra en artikel 76n van de Wet op het voortgezet onderwijs;
het tijdstip waarop het bouwplan en de begroting door de aanvrager worden ingediend;
als dit van toepassing is, een andere wijze waarop de toegekende voorziening wordt uitgevoerd, met inachtneming van het beschikbaar te stellen bedrag;
de wijze waarop het college het bouwplan en de begroting toetst, en of het naar het oordeel van het college noodzakelijk is bij het toetsen van het bouwplan en de begroting rekening te houden met feiten en omstandigheden die gewijzigd zijn ten opzichte van het moment waarop het programma is vastgesteld, waardoor het eerder genomen besluit kan worden herzien;
de controle op en het afleggen van verantwoording over het besteden van de beschikbaar te stellen middelen;
de wijze waarop de aanbesteding plaatsvindt;
de mogelijkheid om vooruitlopend op het aanvragen van het totale investeringskrediet een bedrag aan te vragen voor de kosten van voorbereiding van het bouwplan tot 8 % van het geraamde investeringsbedrag;
de eigen bijdrage zoals bedoeld in artikel 4, tweede lid;
de manier waarop risico’s tussen het college en het schoolbestuur verdeeld worden en hoe mogelijke kostenoverschrijdingen opgevangen worden;
het aanstellen van een bouwkundig adviseur die namens de gemeente het schoolbestuur adviseert en het college over de voortgang informeert;
het totaal beschikbaar te stellen budget.
**2..** Uitvoering van een op het programma geplaatste voorziening vindt plaats met inachtneming van de bepalingen van het inkoop- en aanbestedingsbeleid van de gemeente Gouda.
**3..** De inhoud van het overleg legt het college schriftelijk vast in een verslag. De aanvrager ontvangt het verslag binnen 4 weken na het overleg. Als de aanvrager niet binnen twee weken nadat het verslag is ontvangen schriftelijk reageert, wordt het verslag geacht te zijn vastgesteld.
**4..** Indien het overleg leidt tot overeenstemming worden de gemaakte afspraken door het college vastgelegd in een door de aanvrager en het college te ondertekenen afsprakenbrief. Deze afsprakenbrief wordt aangemerkt als bijlage bij het besluit zoals bedoeld in artikel 13, eerste lid en is daarmee onlosmakelijk verbonden.
**5..** Bij het toepassen van artikel 15, tweede lid, neemt het college binnen 4 weken nadat overeenstemming is bereikt een beslissing over het tijdstip waarop de bekostiging aanvangt. Het bepaalde in artikel 16 is daarbij van overeenkomstige toepassing.
**6..** Als in het overleg geen overeenstemming is bereikt, deelt het college dit binnen 4 weken nadat het verslag is vastgesteld schriftelijk mede aan de aanvrager en vermeldt gelijktijdig dat het bekostigen van de uitvoering van de voorziening wordt opgeschort. Het college kan vervolgens besluiten dat de voorziening alsnog geheel of gedeeltelijk niet voor bekostiging in aanmerking komt.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.4.
Artikel 14.