5.1 Indien een vergunninghouder als gevolg van een besluit van het college tot intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel f, van de Leidingverordening schade lijdt of zal lijden die uitgaat boven het normaal maatschappelijk risico en een benadeelde in vergelijking met anderen onevenredig zwaar treft, kent het college de benadeelde op zijn aanvraag een nadeelcompensatie toe.
5.2 Indien het college binnen vijf jaren na de datum van verzending van de vergunning een beschikking geeft tot intrekking of wijziging van een vergunning op grond van artikel 9, onderdeel f van de Leidingverordening leidende tot het verleggen van de betrokken leidingen in de openbare ruimte, bedraagt de door het college aan de vergunninghouder te vergoeden nadeelcompensatie 100% van de schade.
5.3 Indien de in het eerste lid bedoelde beschikking leidende tot het verleggen van de betrokken leidingen in de openbare ruimte wordt gegeven in de periode gelegen vanaf vijf tot en met vijftien jaren, gerekend vanaf de datum van verzending van de betrokken vergunning, bedraagt de door het college aan de vergunninghouder te vergoeden nadeelcompensatie 80% van de schade vanaf het 6e jaar tot 0% vanaf het 16e jaar volgens bijgaand schema van bijlage 2 van de NKL 1999.
Tabel vergoedingpercentage
1
2
3
4
5
6
7
8
9
10
11
12
13
14
15
100
100
100
100
80
72
64
56
48
40
32
24
16
8
0
5.4 Indien de in het eerste lid bedoelde beschikking leidende tot het verleggen van de betrokken leidingen in de openbare ruimte wordt gegeven na vijftien jaar, gerekend vanaf de datum van verzending van de betrokken vergunning, wordt geen nadeelcompensatie toegekend.
Artikel 5
Nadeelcompensatie binnen de openbare ruimte
Onderdeel van Verlegregeling Alphen aan den Rijn 2015