De doelstelling van deze nota is tweeledig. Allereerst is het doel van deze nota om de toepassing van de parkeernormen inzichtelijker te maken, zodat het voor burgers, bedrijven en ontwikkelaars duidelijk is welke normen gehanteerd worden bij een bouwaanvraag. Hiervoor wordt een handzaam stappenplan aangewend (zie hoofdstuk 2).
Ten slotte is deze nota –rekening houdend met de nieuwe wetgeving- een juridisch noodzakelijk document omdat de Bouwverordening verdwijnt als toetsingsgrond. Het garanderen en afdwingen van voldoende parkeergelegenheid is een belangrijke stedenbouwkundige bepaling in de gemeentelijke bouwverordening, waaraan de aanvraag voor een omgevingsvergunning wordt getoetst (art.2.10 lid 1 onder b Wabo). De parkeernormen krijgen doorwerking naar concrete bouwplannen via artikel 2.5.30 in de bouwverordening. Dit artikel toetst of er bij een bouwplan op eigen terrein in voldoende parkeergelegenheid wordt voorzien.
Bouwverordening vervalt
Per 1 juli 2008 is de (nieuwe) Wet op de ruimtelijke ordening (Wro) van kracht geworden. Als gevolg van deze wet mag per 1 juli 2018 de bouwverordening geen eisen meer bevatten ten aanzien van parkeren. Een stedenbouwkundig voorschrift waaronder regels over de benodigde parkeerruimte van een bouwplan kan dan alleen opgenomen worden in het bestemmingsplan. De parkeerbehoefte van een bouwplan wordt dan uitsluitend getoetst aan het bestemmingsplan en niet meer aan de Bouwverordening.
Wanneer de parkeernormen worden opgenomen in afzonderlijke bestemmingsplannen betekent dit dat een wijziging van de parkeernormen of bij een ontheffing van deze normen dat het hele geldende bestemmingsplan gewijzigd moet worden. Dit is een langdurige procedure die vaak niet in verhouding staat tot de bouwaanvraag die aanleiding gaf tot de wijziging of ontheffing.
Logischer is om de parkeernormering en de bijbehorende toepassingssystematiek op te nemen in een aparte nota. Het per 1 november 2014 in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) opgenomen artikel 3.1.2 lid 2 onder a voorziet hierin. Het bepaalt: ‘Ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening kan een bestemmingsplan regels bevatten: a) waarvan de uitleg bij de uitoefening van een daarbij aangegeven bevoegdheid, afhankelijk wordt gesteld van beleidsregels. Het bestemmingsplan dient dan een kwalitatieve normstelling als ‘voldoende parkeergelegenheid’ te hanteren. Deze kwalitatieve normstelling wordt in de bestemmingsplanregels als ‘voorwaardelijke verplichting’ opgenomen. Wat voldoende parkeergelegenheid is staat vervolgens omschreven in een nota parkeernormen (=beleidsregels).
Op deze wijze zijn alle parkeernormen gebundeld in een document dat van toepassing is op de hele gemeente en kan deze nota in de toekomst eenvoudig en gelijktijdig geactualiseerd worden.
Overgangstermijn
Op moment van schrijven van deze nota geldt echter een overgangstermijn. In de Reparatiewet BZK 2014 is een overgangstermijn opgenomen tot 1 juli 2018. Dat betekent dat voor bestemmingsplannen die voor 29 november 2014 zijn vastgesteld de Bouwverordening nog tot 1 juli 2018 kan worden toegepast. Voor bestemmingsplannen die na 29 november 2014 zijn vastgesteld geldt dat het bestemmingsplan concrete parkeernormen moet bevatten of een ‘voorwaardelijke verplichting’. Logischerwijs zal toetsing aan de Bouwverordening niet meer plaatsvinden wanneer onderhavige nota is vastgesteld.