Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6.

Artikel 9.

Heronderzoek debiteuren

Onderdeel van Beleidsregels Bbz 2004 gemeente Doesburg

1.. Een heronderzoek debiteuren moet in principe plaatsvinden binnen 12 maanden na de datum waarop de vordering is ontstaan of na een laatste heronderzoek. 2.. In het geval van een lopende rentedragende geldlening geldt dat wanneer de debiteurenbewaking goed op orde is, waarbij na 2 maanden achterstand een heronderzoek wordt geagendeerd bij de consulent Bbz, er geen directe noodzaak is om ook bij vorderingen met een looptijd langer dan 5 jaar ieder jaar een heronderzoek te agenderen. 3.. Bij het renteloos maken van een geldlening in jaar t vanwege een niet verwijtbare bedrijfsbeëindiging wordt een voorlopige aflossingscapaciteit vastgesteld: In jaar t+1 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+1; In jaar t+2 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+1 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+2; In jaar t+3 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+2 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+3; In jaar t+4 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+3 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+4; In jaar t+5 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+4 en de voorlopige capaciteit voor t+5; In jaar t+6 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+5.

Rechtspraak bij dit artikel