**1..** Een heronderzoek debiteuren moet in principe plaatsvinden binnen 12 maanden na de datum waarop de vordering is ontstaan of na een laatste heronderzoek.
**2..** In het geval van een lopende rentedragende geldlening geldt dat wanneer de debiteurenbewaking goed op orde is, waarbij na 2 maanden achterstand een heronderzoek wordt geagendeerd bij de consulent Bbz, er geen directe noodzaak is om ook bij vorderingen met een looptijd langer dan 5 jaar ieder jaar een heronderzoek te agenderen.
**3..** Bij het renteloos maken van een geldlening in jaar t vanwege een niet verwijtbare bedrijfsbeëindiging wordt een voorlopige aflossingscapaciteit vastgesteld:
In jaar t+1 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+1;
In jaar t+2 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+1 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+2;
In jaar t+3 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+2 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+3;
In jaar t+4 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+3 en de voorlopige aflossingscapaciteit wordt vastgesteld voor jaar t+4;
In jaar t+5 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+4 en de voorlopige capaciteit voor t+5;
In jaar t+6 wordt de definitieve aflossingscapaciteit vastgesteld voor jaar t+5.
Hoofdstuk 6.
Artikel 9.
Heronderzoek debiteuren
Onderdeel van Beleidsregels Bbz 2004 gemeente Doesburg