Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2.

Artikel 4.

Terugvordering van verstrekt bedrijfskapitaal (ook in de vorm van borgtocht)

Onderdeel van Beleidsregels terug- en invordering Participatiewet, IOAW, IOAZ en Bbz gemeente Doesburg 2020

1.. Het college stelt het bedrijfskapitaal dat is toegekend op grond van artikel 20, 22, 24 en 26 Bbz opeisbaar en vordert dit terug indien: Bedrijfskapitaal niet overeenkomstig de bestemming is besteed en betrokkene na een verzoek tot betaling niet heeft betaald (artikel 39 lid 2 sub a Bbz); Er sprake is van een bedrijfsbeëindiging of overdracht van het bedrijf (artikel 39 lid 2 sub b Bbz); Er sprake is van faillissement of surseance (artikel 39 lid 2 sub c Bbz). 2.. Het college vordert het bedrijfskapitaal terug dat is toegekend op grond van artikel 20, 22, 24 en 26 Bbz, of vordert de achterstanden in betaling op de aflossing en rente terug indien: De termijn van uitstel van aflossing en betaling van rente zoals genoemd in artikel 41 lid 2 Bbz is verlopen, zoals bepaald in artikel 41 lid 4 Bbz; De financiële omstandigheden van de zelfstandige zodanig blijken te zijn dat deze geacht kan worden aan de verplichtingen te kunnen voldoen, dan kunnen vanaf de vervaldatum achterstallige rente- en aflossingsbedragen terstond worden teruggevorderd. Indien hierbij sprake is van een toerekenbare tekortkoming in nakoming, is over de achterstallige rente- en aflossingsbedragen de wettelijke rente verschuldigd; Betrokkene ook na een aanmaning niet aan zijn betalingsverplichting voldoet. Dit geldt ook voor bedrijfskapitaal verstrekt op grond van de artikelen 22 en 26 Bbz indien het vermogen meer bedraagt dan gesteld in artikel 3 Bbz en er geen bijstand ‘om niet’ mogelijk is. 3.. Terugvordering vindt plaats bij alle partijen aan wie het bedrijfskapitaal is verstrekt en/of zich hoofdelijk aansprakelijk gesteld hebben voor de terugbetaling van de hoofdsom en de rente. 4.. Wanneer er sprake is van een verwijtbare bedrijfsbeëindiging of een verwijtbare overdracht van het bedrijf door bestuurdersaansprakelijkheid, privé bestedingen die niet in lijn liggen met de inkomsten en een inkomen op bijstandsniveau en/of er geen sprake is van bijzondere omstandigheden die dit rechtvaardigen wordt de lening gecontinueerd tegen dezelfde condities als dat het bedrijfskapitaal is verstrekt. De lening wordt in dit geval niet renteloos gemaakt.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel