1. Het college kan op schriftelijk verzoek van de belanghebbende overgaan tot uitstel van de
opgelegde betalingsverplichting telkens voor de duur van maximaal 1 jaar, indien de (financiële)
omstandigheden daartoe aanleiding geven en de belanghebbende dit onderbouwt met
bewijsstukken.
2. Met een verzoek tot uitstel van betaling wordt zonder onderzoek ingestemd indien:
a. aan de belanghebbende in de periode van 24 maanden voor het verzoek niet eerder een
uitstel van betaling is toegekend; en
b. het uitstel van betaling niet langer duurt dan 6 maanden.
3. Het besluit tot uitstel van invordering wordt ingetrokken indien:
a. op een later tijdstip blijkt dat belanghebbende onjuiste of onvolledige gegevens heeft
verstrekt en de verstrekking van juiste of volledige gegevens tot een ander besluit zou
hebben geleid; en/of
b. de gronden voor verlening van het uitstel als bedoeld in lid 1 zijn komen te vervallen.
HOOFDSTUK 2.
Artikel 7.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Bbz 2004