1. Bij een gegrond vermoeden dat de aflossingscapaciteit van belanghebbende is gewijzigd,
kan het college een draagkrachtonderzoek instellen.
2. Voor zover geen gegrond vermoeden, als bedoeld in het eerste lid, aanwezig is, stelt het
college in beginsel een maal per 36 maanden een draagkrachtonderzoek in.
3. Wanneer het college als gevolg van een draagkrachtonderzoek besluit tot wijziging of
handhaving van de eerder opgelegde betalingsverplichting, wordt belanghebbende hiervan
in kennis gesteld bij beschikking.
4. In het geval van een gewijzigde betalingsverplichting wordt deze opgelegd met ingang van
de eerste dag van de maand die volgt op die van de beschikking.
HOOFDSTUK 3.
Artikel 16.
Tussentijdse beoordeling van een betalingsverplichting door het college
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020