Het college:
a. maakt ten volle gebruik van de herziening dan wel intrekking ingevolge artikel 54, lid 3 en 4
van de Participatiewet of artikel 17, lid 3 en 4 van de IOAW/IOAZ, indien de uitkering tot een te hoog bedrag dan wel ten onrechte is verleend;
b. maakt ten volle gebruik van de terugvordering zoals deze haar op grond van de artikelen 58
en 59 van de Participatiewet alsmede de artikelen 25 en 26 van de IOAW en IOAZ toekomt; en
c. bruteert de vordering, welke is ontstaan door gebruik te maken van het onder b
gestelde;
d. besluit geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien, als daarvoor dringende redenen
aanwezig zijn.
HOOFDSTUK 1.
Artikel 2.
Algemene bepaling met betrekking tot herziening, intrekking, terugvordering, invordering en brutering
Onderdeel van Beleidsregels Terug- en Invordering Participatiewet, IOAW en IOAZ 2020