Uitgangspunt van het handhavingsbeleid is dat indien in woningen dan wel in of bij woningen behorende erven soft- en/of harddrugs worden verkocht, afgeleverd of verstrekt dan wel daartoe aanwezig zijn of indien sprake is van strafbare voorbereidingshandelingen wordt opgetreden. Dit betekent concreet dat bij de eerste constatering van overtreding van artikel 3 van de Opiumwet in beginsel een schriftelijke waarschuwing wordt afgegeven. Bij een volgende constatering van overtreding van de Opiumwet, alsook bij een eerste overtreding van artikel 2 Opiumwet (harddrugs), wordt overgegaan tot sluiting van de woning, voor een periode zoals opgenomen in de tabel.
Hierbij merkt de burgemeester wel op dat sluiting van de woning, hoewel uitgangspunt van het beleid, niet altijd en onvermijdelijk het gevolg van de eerste constatering van een handelshoeveelheid harddrugs in de woning hoeft te zijn. De burgemeester wijst uitdrukkelijk op de bevoegdheid om op grond van artikel 4:84 van de Awb, gelet op de bijzondere omstandigheden van het geval, in afwijking van dat beleid te volstaan met een waarschuwing of een minder vergaande maatregel dan sluiting.
Gelet hierop kan naar het oordeel van de burgemeester voldoende inhoud worden gegeven aan het uitgangspunt van de wetgever dat bij een overtreding zorgvuldig moet worden bezien of in plaats van sluiting van de woning met een waarschuwing of een daaraan soortgelijke maatregel kan worden voldaan.
Voor woningen geldt dat deze niet altijd feitelijk worden bewoond en er soms sprake is van schijnbewoning en bedrijfsmatigheid. Om die reden wordt een woning die hoofdzakelijk wordt gebruikt voor een bedrijfsmatig georganiseerde hennepkwekerij en/of andere aan de handel in drugs gerelateerde activiteiten, aangemerkt als een lokaal.23 ABRvS 6 mei 2015, ECLI:NL:RVS:2015:1447
De burgemeester hanteert zoals voornoemd het beleid dat bij een eerste constatering van de handel in softdrugs in of vanuit een woning dan wel in of op bij woningen behorende erven, in beginsel wordt volstaan met een waarschuwing. In de geschiedenis van de totstandkoming van artikel 13b van de Opiumwet is weliswaar opgenomen dat bij een eerste overtreding nog niet tot sluiting van een woning dient te worden overgegaan, maar dit betreft volgens de Afdeling bestuursrechtspraak niet meer dan een uitgangspunt waarvan in ernstige gevallen mag worden afgeweken. 24 ABRvS 29 juli 2015, ECLI:NL:RVS:2015:2388
Ernstig geval harddrugs in woningen
Zo wordt in de rechtspraak algemeen aanvaard dat de aanwezigheid van een handelsvoorraad (0,5 gram) harddrugs in een woning in ieder geval als een ernstig geval kan worden aangemerkt. De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat bij een eerste constatering hiervan aan artikel 13b Opiumwet derhalve de bevoegdheid tot sluiting wordt ontleend. Beleid waarin is opgenomen dat direct de sluiting van een woning wordt gelast bij het aantreffen van een handelsvoorraad harddrugs, zonder voorafgaande waarschuwing, is dan ook niet in strijd met voormeld uitgangspunt. 25 ABRvS 15 juni 2016, ECLI:NL:RVS:2016:1676
Ernstig geval softdrugs in woningen
Indien bij handel in softdrugs in woningen (bij een eerste overtreding) zich een zodanig ernstige situatie voordoet dat niet met een waarschuwing of soortgelijke maatregel kan worden volstaan, wordt de desbetreffende woning voor de duur van 3 maanden gesloten.26 ECLI;NL;RVS;2015:130, ECLI:NL:RVS:2205, ECLI:RVS:2012:BY4412 Een ernstig geval wordt op grond van deze beleidsregel in ieder geval aangenomen wanneer er sprake is van een aangetroffen hoeveelheid van meer dan 100 planten en/of meer dan 250 gram softdrugs in de woning. In dit soort situaties wordt aangenomen dat er sprake is van een ernstige verstoring van de openbare orde en een verstoring van het woon- en leefklimaat en zijn er grote veiligheidsrisico’s voor de omgeving.
Ernstig geval voorbereidingshandelingen
Bij het aantreffen van voorwerpen en stoffen die bestemd zijn voor het telen en bereiden van drugs in een woning wordt, bij het aanmerken van een ernstig geval, aangesloten bij voorgaande. Dit houdt in dat als een hoeveelheid voorwerpen of stoffen wordt aangetroffen dat bestemd is voor het telen van meer dan 100 planten en/of bereiden van meer dan 250 gram softdrugs, dit wordt aangemerkt als een ernstig geval. Voor harddrugs wort de norm van het aantreffen van voorwerpen en stoffen voor het bereiden ven produceren van meer dan 0,5 gram harddrugs aangehouden.
Is er qua hoeveelheid geen sprake van een ernstig geval dan kan toch van de bestuurlijke waarschuwing worden afgezien en voor sluiting worden gekozen als er sprake is van één of meer indicatoren voor het nemen van een zwaardere maatregel, zoals is toegelicht in hoofdstuk 5 van deze beleidsregel.
De integrale aanpak ten aanzien van handel in drugs in of bij woningen kan schematisch als volgt worden weergegeven:
Overtreding Opiumwet
Bestuurlijke maatregel gemeente
Verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn
van een middel als bedoeld in lijst II (softdrugs) of indien sprake is
van strafbare voorbereidingshandelingen.
Na 1ste constatering: Waarschuwing op grond van artikel 13b van de Opiumwet, tenzij ernstige situatie: sluiting voor een periode van 3 maanden.
Na 2de constatering (binnen 2 jaar na 1ste): Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor een periode van 3 maanden.
Na 3de constatering (binnen 2 jaar na 2e): Sluiting op grond van 13b van de Opiumwet voor een periode van 6 maanden.
Na 4de en volgende constatering (binnen 2 jaar na eerdere): Sluiting op grond van 13b van de Opiumwet voor een periode van 12 maanden.
Verkoop, aflevering of verstrekking dan wel daartoe aanwezig zijn
van een middel als bedoeld in lijst I (harddrugs) of indien sprake is
van strafbare voorbereidingshandelingen.
Na 1ste constatering: Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor een periode van 12 maanden.
Na 2de constatering (binnen 2 jaar na de 1ste): Sluiting op grond van artikel 13b van de Opiumwet voor een periode van 18 maanden.
Na 3de en volgende constatering (binnen 2 jaar na de eerdere): Sluiting op grond van 13b van de Opiumwet voor een periode van 24 maanden.
Hoofdstuk 3
Artikel 3.3