Naar hoofdinhoud
Dit artikel drukt uit dat de voorzitter bepaalde gebieden en locaties kan aanwijzen waar het eenieder verboden is zich te bevinden. Dat gaat verder dan het in artikel 2.3 bedoelde verbod op groepsvorming; in dit geval mag niemand zich meer in het gebied bevinden, behalve de personen genoemd in het tweede lid. Daarnaast gelden de algemene uitzonderingen genoemd in artikel 3.1 van deze verordening. Een gebied kan ook een specifieke locatie zijn, zoals een winkel of markt. Zo kan gevolg worden gegeven aan de opdracht in de aanwijzing van 24 maart 2020 om winkels en marktenvoorzieningen te sluiten indien deze voorzieningen zich niet of niet in voldoende mate houden aan de verwezenlijking van de beperkende maatregelen met betrekking tot het houden van 1,5 meter afstand tussen alle in de voorziening aanwezige personen, of aan het op adequate wijze zichtbaar duidelijk maken daarvan. Ook vakantieparken, campings, parken, natuurgebieden en stranden kunnen worden aangewezen indien op deze locaties niet of niet in voldoende mate de beperkende maatregel met betrekking tot het houden van 1,5 meter afstand tussen daar aanwezige personen in acht wordt genomen of het niet in acht nemen daarvan dreigt. De voorzitter kan ook een gebied of locatie aanwijzen indien hij dat noodzakelijk acht om de zorgcontinuïteit in de regio te garanderen. Het aanwijzen kan bij spoed ook mondeling geschieden (via een bevel). Onder noodzakelijke werkzaamheden als bedoeld in het tweede lid, onderdeel b, vallen bijvoorbeeld noodzakelijke werkzaamheden aan woningen en werkzaamheden die noodzakelijk zijn voor de levering van water, gas en elektriciteit. Indien het betreffende gebied toegankelijk moet blijven voor andere personen dan genoemd in het tweede lid, dan kan de voorzitter een specifieke maatregel treffen op grond van zijn wettelijke (nood)bevelsbevoegdheden.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel