**1..** In het geval de betalingsplichtige om uitstel van betaling vraagt dan wordt dat verzoek zonder onderzoek toegekend als:
de betalingsplichtige in de periode van 2 jaar voor het verzoek niet eerder een uitstel van betaling is verleend, en
het uitstel van betaling niet langer duurt dan 3 maanden.
**2..** In overige gevallen zal op basis van berekende draagkracht een individuele afweging worden gemaakt.
**3..** Onverminderd het bepaalde in het tweede lid verbindt het college aan de verlening van (verder) uitstel de extra voorwaarde dat betalingsplichtige vermogen gebruikt voor aflossing van de openstaande schuld. Het gaat dan om vermogen dat de betalingsplichtige heeft boven het vrij te laten vermogen dat van toepassing is bij de voor hem geldende bijstandsnorm. Dit geldt ook voor vermogen waar de betalingsplichtige nog gaat beschikken.
**4..** Bij de vaststelling of betalingsplichtige over vermogen beschikt als bedoeld in het derde lid:
worden de vorderingen die het gevolg zijn van te veel ontvangen uitkering buiten beschouwing gelaten, en
is het bepaalde in artikel 34, tweede lid, onder a en d van de Participatiewet van overeenkomstige toepassing.
**5..** Uitstel van betaling kan ook ambtshalve worden toegepast.
**6..** Als een zelfstandige in het kader van het Bbz niet in staat is om geheel of gedeeltelijk aan zijn rente- en aflossingsverplichtingen te voldoen, kan hij uitstel van betaling vragen conform artikel 41 Bbz en zijn ook artikel 41 lid 4 en lid 5 van toepassing.
Hoofdstuk 3.
Artikel 16.
Uitstel van betaling
Onderdeel van Nadere regels terug- en invordering Participatiewet, Bbz 2004, IOAW en IOAZ Sint-Michielsgestel 2020