Wanneer is geconstateerd dat er onvoldoende draagvlak is, of verbetering van de besluitvorming mogelijk is en dit niet op ander wijze bereikt kan worden, kan worden gedacht aan het opzetten van een participatietraject. Voordat daarmee begonnen kan worden, moet bekeken worden of een onder- werp geschikt is voor participatie.
De volgende vier criteria worden gehanteerd bij het bepalen van de geschiktheid van een onderwerp:
Er is beleidsvrijheid die van belang is voor betrokkenen buiten de gemeentelijke organisatie;
Het bestuur is bereid belanghebbenden een volwaardige rol te geven in de participatie;
Er is praktisch tijd, geld en ruimte om de resultaten van de participatie mee te nemen in de besluitvorming.
Het onderwerp staat (deels) buiten de sfeer waarbinnen de gemeente opereert, bijvoorbeeld de persoonlijke levenssfeer.
Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.3.
Artikel 2.3.