Naar hoofdinhoud
Wanneer is gebleken dat het onderwerp geschikt is voor interactieve beleidsvorming moeten het speelveld en de spelers bepaald worden. Het betreft dan niet zozeer de plaats, als wel geld, tijd, betrokkenen en overige processen. De keuze voor één van de eerder genoemde bestuursstijlen hangt namelijk van deze bepaling af. De analyse van het probleem en de daarbij behorende keuze voor een bestuursstijl is een lastig proces. Er zijn veel afwegingen die gemaakt moeten worden. Gekeken moet worden naar de kern- voorwaarden, de betrokken partijen (betrokkenen) en het probleem zelf. Om de analyse behapbaar te maken is deze gesplitst in twee delen. We bekijken de situatie vanuit de betrokkenen en vanuit de problematiek. Stap 4a Stap 4b Wat is de inhoudelijke problematiek? Wie zijn de betrokkenen? Zie schema blz. 12 Zie schema blz. 13 De inhoudelijke problematiek is het meest geschikt voor: De faciliterende stijl; De samenwerkende stijl; De delegerende stijl; De participatieve stijl. De betrokkenen, de relaties en complexiteit van de relaties zijn het meest geschikt voor: De faciliterende stijl; De samenwerkende stijl; De delegerende stijl; De participatieve stijl. Voorkeurstijl Voorkeurstijl In de stappen 4a en 4b wordt verwezen naar de schema's die u aantreft op blz. 12 en 13 van deze nota. Deze schema's zijn een hulpmiddel dat is ontwikkelt om de juiste bestuursstijl bij de juiste situatie te vinden. De kenmerken van het betreffende onderwerp en de kenmerken van de betrokkenen zijn in de schema's verwerkt. Als de schema's zijn ingevuld is voor zowel de problematiek als voor de betrokkenen een voorkeurstijl bekend. Is deze dezelfde, dan is de keuze gemakkelijk. Verschilt deze dan kan op zorgvuldige wijze een afweging gemaakt worden. Bijvoorbeeld op basis van het gewicht van bepaalde kenmerken. De schema's moeten niet gezien worden als een keurslijf. Het is louter richtinggevend. Als er goede argumenten zijn om voor een andere stijl te kiezen, is dit geen probleem.

Rechtspraak bij dit artikel