Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2 › Paragraaf 2.

Artikel 10.

Tijdelijk huisverbod

Onderdeel van Nadere regels Wet aanpak woonoverlast

10.1 Wet tijdelijk huisverbod De bestuurlijke maatregel kan als ultiem ultimum remedium een verbod inhouden om aanwezig te zijn in of bij de woning of op of bij het erf. Het verbod geldt voor een periode van tien dagen. De artikelen 2, tweede lid, en vierde lid, aanhef en onder a en b, 5, 6, 8, eerste lid, aanhef en onder a en b, 9 en 13 van de Wet tijdelijk huisverbod zijn van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de burgemeester bij ernstige vrees voor verdere overtreding de looptijd van het verbod kan verlengen tot ten hoogste vier weken. 10.2 Tijdelijk huisverbod wanneer andere maatregelen geen effect hebben Van de bevoegdheid om een tijdelijk huisverbod op te leggen wordt slechts gebruik gemaakt indien de ernstige en herhaaldelijke hinder redelijkerwijs niet op een andere geschikte wijze kan worden tegengegaan. De burgemeester kiest slechts voor deze vorm van de bestuurlijke maatregel indien een andersoortige bestuurlijke maatregel geen effect heeft. Hoe die andersoortige bestuurlijke maatregel eruit ziet verschilt per geval en behoeft maatwerk. 10.3 Verlenging huisverbod bij vrees voor herhaling Het huisverbod kan worden verlengd tot 4 weken bij vrees voor verdere overtreding van artikel 2:79. De vrees kan bijvoorbeeld ontstaan na mededelingen van de overlastgever of gedane constateringen door een toezichthouder of een politieambtenaar. Ook uit het gedrag van de overlastgever zou kunnen worden opgemaakt dat hij niet voornemens is om de hinderlijke gedragingen te doen stoppen.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel