Naar hoofdinhoud

Artikel 3

Voorkomen van belangenverstrengeling

Onderdeel van Gedragscode integriteit Dagelijks Bestuur gemeente Bergeijk 2019

Artikelen gedragscode voorkomen van belangenverstrengeling Een lid van het dagelijks bestuur moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan. Een lid van het dagelijks bestuur mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij of zij een persoonlijke betrokkenheid heeft. Een lid van het dagelijks bestuur neemt niet deel aan stemming over een aangelegenheid die hem al dan niet rechtstreeks persoonlijk aangaat of waarbij hij als vertegenwoordiger is betrokken. Een lid van het dagelijks bestuur maakt zijn of haar onthouding van het besluitvormingsproces vroegtijdig bekend bij de burgemeester. Een lid van het dagelijks bestuur onthoudt zich, bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, van de beïnvloeding van de besluitvorming. Het dagelijks bestuur waakt ervoor dat tot het dagelijks bestuur behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden. Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de leden van het dagelijks bestuur de eed of de belofte af. De Gemeentewet heeft leden van het dagelijks bestuur op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. Dat begint met het afleggen van de eed of de belofte. Dit vormt de wettelijke basis van waaruit leden van het dagelijks bestuur starten bij het accepteren van hun functie. Zij zweren of beloven dan getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten na te komen, maar ook dat ze de plichten als bestuurder naar eer en geweten vervullen. Dit is de basis van het handelen en het gedrag van bestuurders De wet geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van leden van het dagelijks bestuur de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de bestuursleden uit hoofde van hun taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alléén om persoonlijk gewin, persoonlijk voordeel of persoonlijke financiële inkomsten. Leden van het dagelijks bestuur moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Het is in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Daarnaast verbiedt de wet leden van het dagelijks bestuur expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een lid een persoonlijk belang heeft. Wanneer is er sprake van belangenverstrengeling? In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het erom gaat dat een lid van het dagelijks bestuur zichzelf of mensen of organisaties waarbij het lid verbonden is, niet mag bevoordelen. Het kan gaan om situaties waarbij het lid familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente. Dan dient het lid zich te onthouden van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een persoonlijk belang gaat ook over bevoordeling van familierelaties of de vereniging waarvan het lid bestuurslid is. Het gaat er daarbij niet alleen om daadwerkelijk belangenverstrengeling te voorkomen, maar ook de schijn van. Voorkomen van schijn van belangenverstrengeling van leden van het dagelijks bestuur is bijvoorbeeld ook niet in een bestuur gaan zitten van een belangen- of actiegroep. Lid zijn van een algemene vereniging is (meestal) geen probleem, maar lid zijn van een bestuur of Raad van Toezicht van een vereniging of instelling kan dat wel zijn. Bijvoorbeeld als de vereniging of instelling gemeentelijke subsidie ontvangt. Ook kan belangenverstrengeling voorkomen bij betrokkenheid van partners, ouders of kinderen in een situatie met de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn partners met een bezoldigde functie bij of in verlengde van de gemeente of het beïnvloeden van procedures rondom onroerend familiebezit. Belangenverstrengeling voorkomen betekent niet alleen niet mee stemmen, maar ook zich niet met de betreffende casus te bemoeien. Bemoeien met de casus is bijvoorbeeld tijdens de collegevergadering. Indien het gaat om het lidmaatschap van een vereniging dan kan een bestuursfunctie eerder duiden op substantiële betrokkenheid dan alleen een lidmaatschap.

Rechtspraak bij dit artikel