Artikelen gedragscode voorkomen van belangenverstrengeling
Een volksvertegenwoordiger moet actief en uit zichzelf de schijn van belangenverstrengeling tegengaan.
Een volksvertegenwoordiger mag zijn invloed en stem niet gebruiken om een persoonlijk belang veilig te stellen of het belang van een ander(e organisatie) waarmee hij of zij een persoonlijke betrokkenheid heeft.
Een volksvertegenwoordiger onthoudt zich in ieder geval van deelname aan de stemming en beraadslaging tijdens de raadsvergadering als er sprake is van persoonlijk of geldelijk belang.
Een volksvertegenwoordiger maakt zijn of haar onthouding van het besluitvormingsproces vroegtijdig bekend bij de voorzitter van de vergadering.
Een volksvertegenwoordiger onthoudt zich, bij beslissingen waarbij belangenverstrengeling dreigt, van de beïnvloeding van de besluitvorming in de andere fases van het besluitvormingsproces, inclusief standpuntbepaling binnen de raadsfractie.
De gemeenteraad en de griffier waken ervoor dat tot de raad behorende of daarvoor werkzame personen die een persoonlijk belang bij een besluit hebben, de besluitvorming beïnvloeden.
Alvorens hun functie te kunnen uitoefenen leggen de raads- en commissieleden in de vergadering, in handen van de voorzitter, de eed of de belofte af.
De Gemeentewet heeft raadsleden op verschillende manieren bescherming geboden tegen de verleiding van belangenverstrengeling en tegen de schijn ervan. Dat begint met het afleggen van de eed of de belofte. De eed vormt de wettelijke basis van waaruit volksvertegenwoordigers starten bij het accepteren van hun functie. Zij zweren of beloven dan getrouw te zijn aan de Grondwet en de wetten na te komen, maar ook dat ze de plichten als raads- of commissielid naar eer en geweten vervullen. Dit is de basis van het handelen en het gedrag van volksvertegenwoordigers.
De wet geeft de gemeenteraad de verantwoordelijkheid om ervoor te waken dat persoonlijke belangen van raadsleden de besluitvorming niet beïnvloeden. Met persoonlijk belang wordt gedoeld op ieder belang dat niet behoort tot de belangen die de gemeenteraad uit hoofde van zijn taak behoort te vervullen. Deze waakzaamheid geldt ook als het gaat om de schijn van belangenverstrengeling. Let wel: het gaat hier om persoonlijke belangen; het gaat niet alléén om persoonlijk gewin, persoonlijk voordeel of persoonlijke financiële inkomsten. Raadsleden moeten dus beoordelen of er sprake is van een persoonlijk belang waardoor belangenverstrengeling ontstaat die de besluitvorming onterecht kan beïnvloeden. Deze verplichting geldt gedurende het gehele proces van besluitvorming en niet alleen tijdens de stemming. Het is in het belang van politieke ambtsdragers zelf dat het voorkomen van de schijn van belangenverstrengeling zo expliciet in de gedragscode is opgenomen. Daarnaast verbiedt de wet raadsleden expliciet te stemmen als er sprake is van een aangelegenheid waarbij een raadslid een persoonlijk belang heeft.
Wanneer is er sprake van belangenverstrengeling?
In zijn algemeenheid kan gesteld worden dat het erom gaat dat het raadslid zichzelf of mensen of organisaties waarbij het raadslid verbonden is, niet mag bevoordelen. Het kan gaan om situaties waarbij het raadslid familie- of vriendschapsbetrekkingen of anderszins persoonlijke betrekkingen heeft met een aanbieder van diensten of zaken aan de gemeente. Dan dient het raadslid zich te onthouden van deelname aan de besluitvorming over de betreffende opdracht. Een persoonlijk belang gaat ook over bevoordeling van familierelaties of de vereniging waarvan het raadslid bestuurslid is. Het gaat er daarbij niet alleen om daadwerkelijk belangenverstrengeling te voorkomen, maar ook de schijn van. Voorkomen van schijn van belangenverstrengeling van raadsleden is bijvoorbeeld ook niet in een bestuur gaan zitten van een belangen- of actiegroep. Lid zijn van een algemene vereniging is (meestal) geen probleem, maar lid zijn van een bestuur of Raad van Toezicht van een vereniging of instelling kan dat wel zijn. Bijvoorbeeld als de vereniging of instelling gemeentelijke subsidie ontvangt. Ook kan belangenverstrengeling voorkomen bij betrokkenheid van partners, ouders of kinderen in een situatie met de gemeente. Voorbeelden hiervan zijn partners met een bezoldigde functie bij of in verlengde van de gemeente of het beïnvloeden van procedures rondom onroerend familiebezit. Belangenverstrengeling voorkomen betekent niet alleen niet mee stemmen, maar ook zich niet met de betreffende casus te bemoeien. Bemoeien met de casus is bijvoorbeeld tijdens de fractiebehandeling, maar ook op het gemeentehuis als het raadslid wil lobbyen bij ambtenaren. Indien het gaat om het lidmaatschap van een vereniging dan kan een bestuursfunctie eerder duiden op substantiële betrokkenheid dan alleen een lidmaatschap.
Artikel 3
Voorkomen van belangenverstrengeling
Onderdeel van Gedragscode integriteit Volksvertegenwoordigers gemeente Bergeijk 2019