In de begroting staat welke bijdrage elke gemeente verschuldigd is voor de uitvoering van de taken van het Samenwerkingsverband Collectief Vervoer Zeeuws-Vlaanderen. De deelnemende gemeenten betalen bij wijze van voorschot vóór 16 januari en vóór 16 juli van ieder jaar een door het dagelijks bestuur te bepalen gedeelte van de geraamde kosten.
De deelnemers zullen er steeds zorg voor dragen dat de gemeenschappelijke regeling over voldoende middelen beschikt om aan al zijn verplichtingen te kunnen voldoen.
Indien aan het algemeen bestuur van de gemeenschappelijke regeling blijkt dat een deelnemer weigert deze uitgaven op de begroting te zetten, doet het algemeen bestuur onverwijld aan Gedeputeerde Staten het verzoek over te gaan tot toepassing van de artikelen 194 en 195 van de Gemeentewet.
HOOFDSTUK 7:
Artikel 21:
Bijdragen van de gemeenten
Onderdeel van Gemeenschappelijke regeling – Collectief vervoer Zeeuws Vlaanderen