In deze verordening en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die al dan niet tijdelijk op plaats van bestemming hetzij direct of indirect met de grond verbonden is, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond, bedoeld om ter plaatse te functioneren;
contactberoepen: beroepen waarbij het niet mogelijk is ten minste 1,5 meter afstand te houden tot de klant of patiënt;
eet- en drinkgelegenheden: inrichtingen waar ter plaatse eten of drinken wordt verkocht en genuttigd, met uitzondering van inrichtingen in bedrijven die niet voor het publiek toegankelijk zijn (bedrijfskantines en bedrijfscatering) en inrichtingen in hotels ten behoeve van de hotelgasten;
evenement: elke voor publiek toegankelijke verrichting van vermaak, met uitzondering van markten als bedoeld in artikel 160, eerste lid, onderdeel g, van de Gemeentewet en betogingen, samenkomsten en vergaderingen als bedoeld in de Wet openbare manifestaties; hieronder vallen mede, maar niet uitsluitend, herdenkingsplechtigheden, braderieën, optochten niet zijnde manifestaties in de zin van de Wet openbare manifestaties, feesten, muziekvoorstellingen, wedstrijden, straatfeesten, barbecues en vechtsportwedstrijden;
gezamenlijke huishouding: de niet van tafel en bed gescheiden echtgenoot, geregistreerde partner of andere levensgezel en ouders, grootouders en kinderen, voor zover zij op één adres woonachtig zijn;
jachthaven: een haven met de daarbij behorende grond en voorzieningen waar tegen betaling (overwegend) gelegenheid wordt gegeven voor het aanleggen, afmeren of afgemeerd houden van pleziervaartuigen, waarbij geen sprake is van openbare op- en afstapplekken;
kampeerterrein: een terrein waar personen, die hun vaste woon- of verblijfplaats elders hebben, voor hun recreatie, verblijf kunnen houden in mobiele kampeermiddelen, niet zijnde stacaravans, voorzien van en/of waarbij voorzien is in de mogelijkheid gebruik te maken van (gebouwen met) centrale sanitaire voorzieningen;
kinderopvang: kinderopvang als bedoeld in de Wet kinderopvang;
mobiel kampeermiddel: een tent, een tentwagen, een kampeerauto of een caravan, danwel enig ander voertuig of gewezen voertuig dat geschikt is gemaakt om verblijf in te kunnen houden;
natuurgebied: een gebied waar natuur de hoofdfunctie is en dat toegankelijk is voor publiek;
onderwijsinstelling: school, instelling of exameninstelling in de zin van een onderwijswet als bedoeld in artikel 1, onderdeel d, onder 1, van de Wet op het onderwijstoezicht, daaronder begrepen een niet bekostigde instelling;
park: een door de mens ontworpen en in de openbare ruimte aangelegd groen gebied met een overwegend recreatieve functie;
pleziervaartuig: vaartuig, bestemd of gebruikt voor sport of vrijetijdsbesteding, ongeacht het type en de wijze van voortstuwing;
publieke ruimte: openbare ruimte en voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven;
samenkomsten: openbare samenkomsten en vermakelijkheden als bedoeld in artikel 174 van de Gemeentewet, samenkomsten in voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven, alsmede in vaartuigen, en samenkomsten buiten de publieke ruimte;
sanitaire voorzieningen: op de gezondheid gerichte installaties die zijn aangesloten op de waterleiding en/of het riool, zoals (chemisch) toilet-, was- en douchevoorzieningen;
sauna’s: sauna’s en andere vormen van wellness zoals Turkse stoombaden, hammams, beauty farms, thermale baden, badhuizen en spa’s;
seksinrichtingen: inrichtingen waar bedrijfsmatig gelegenheid wordt gegeven tot het verrichten van seksuele handelingen met of voor een derde tegen betaling of bedrijfsmatig vertoningen van erotisch-pornografische aard worden aangeboden;
slaaphuisje: bouwwerk ten behoeve van recreatief nachtverblijf op het strand;
sport- en fitnessgelegenheden: sportaccommodaties en sportinrichtingen, waaronder zwembaden, sporthallen en sportvelden;
stervensfase: de periode waarin de behandelend arts verwacht dat de betrokken in de instelling of woonvorm in de ouderenzorg verblijvende persoon op betrekkelijk korte termijn, dat wil zeggen binnen één tot twee weken, zal overlijden;
strand: het overgangsgebied dat is gelegen tussen de duinrand en de zee maar ook een strook land met weinig of geen vegetatie aan het water van een meer, plas, rivier of kanaal;
strandhuisje: bouwwerk op het strand langs de duinrand dat wordt gebruikt als omkleedcabine of als afgesloten plek voor strandspullen;
vakantiepark: een terrein met vakantiehuizen voorzien van eigen sanitaire voorzieningen, met de daarbij behorende grond en voorzieningen;
voorzitter: voorzitter van de veiligheidsregio Noord-Holland Noord;
woonvorm in de ouderenzorg: een woonsituatie waarin minimaal drie bewoners verblijven vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking en zorg ontvangen als bedoeld in artikel 3.1.1 van de Wet langdurige zorg;
zorg: zorg of dienst waarvan de bewoners van een instelling of woonvorm in de ouderenzorg gebruik maken die met het oog op de gezondheid van de bewoners redelijkerwijs niet kan worden uitgesteld;
zorginstelling: instelling die zorg als bedoeld in artikel 3.1.1, eerste lid, onderdeel a, van de Wet langdurige zorg verleent aan personen die daarop recht hebben vanwege een somatische of psychogeriatrische aandoening of beperking.