Naar hoofdinhoud
1.. Bij de vergoeding van het leerlingenvervoer is de voor het college goedkoopst mogelijke wijze van vervoer het uitgangspunt. 2.. Het college verwacht dat de leerling zelfstandig, of onder begeleiding, per (brom)fiets / e-bike naar school gaat. 3.. Als het leerlingenvervoer per (brom)fiets / e-bike niet mogelijk is, dan vindt het leerlingenvervoer plaats met het eigen vervoer volgens artikel 15. 4.. Als het leerlingenvervoer met het eigen vervoer niet mogelijk is, dan vindt het leerlingenvervoer plaats door middel van het openbaar vervoer, eventueel onder begeleiding volgens artikel 13, eerste lid. 5.. Als het leerlingenvervoer met het openbaar vervoer niet mogelijk is, dan verstrekt het college een voorziening voor aangepast vervoer volgens artikel 14. 6.. Een combinatie van de genoemde soorten vervoer is ook mogelijk.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel