Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 6

Artikel 27

Inwerkingtreding

Onderdeel van Afvalstoffenverordening Baarn 2020

Deze verordening treedt in werking op de eerste dag na die waarop zij is bekendgemaakt. Vastgesteld in de openbare vergadering, op 25 maart 2020. griffier voorzitter TOELICHTING Afvalstoffenverordening Baarn 2020 ALGEMEEN DEEL 1. Inleiding Deze verordening dient het belang van de bescherming van het milieu, met inbegrip van een doelmatig afvalstoffenbeheer. Het belang daarvan neemt toe omdat tegenwoordig anders naar afval wordt gekeken dan in het verleden. Afval wordt steeds meer benaderd als grondstof. In een meer circulaire economie is afval van waarde. Dat betekent duurzaam omgaan met natuurlijke hulpbronnen, zuiniger zijn op grondstoffen, voorwerpen langer en opnieuw gebruiken en optimalere reststromen. Afvalscheiding en inzameling is daarbij van wezenlijk belang. 2. Hoofdlijnen van de verordening Scheiden van afvalstromen begint bij huishoudens (huishoudelijke afvalstoffen) en bedrijven (kantoren, winkels, dienstverleners) waar die afvalstoffen ontstaan – of waar die in de openbare ruimte terechtkomen. De verordening bevat regels over huishoudelijk afval, bedrijfsafval en afval in de openbare ruimte. Huishoudelijke afvalstoffen Wat betreft huishoudelijke afvalstoffen heeft het gemeentebestuur de wettelijke taak om te zorgen voor de inzameling van huishoudelijke afvalstoffen door middel van de inzameldienst die daartoe krachtens deze verordening is aangewezen. Bij de uitvoering van deze taak wordt de gemeente in de praktijk in toenemende mate ondersteund door het initiatief van andere inzamelaars zoals scholen, ideële instellingen of anderen die bijvoorbeeld papier, glas of andere bestanddelen van het huishoudelijk afval verzamelen voor inzameling. Deze verordening regelt de aanwijzing van de inzameldienst en van andere inzamelaars en bepaalt welke bestanddelen gescheiden moeten worden aangeboden en dus ook gescheiden moeten worden ingezameld. Bedrijfsafvalstoffen Wat betreft bedrijfsafvalstoffen is de afvalscheiding door kantoren, winkels en diensten (hierna: KWD) binnen de gemeente van belang. De inzameling van dergelijk bedrijfsafval kan plaatsvinden door de inzameldienst maar ook door anderen. Het beheer van bedrijfsafvalstoffen is in belangrijke mate op Rijksniveau geregeld door de Wet milieubeheer (hierna: Wm) en daarop gebaseerde centrale regelgeving. Deze verordening bevat enkele aanvullende regels die van belang indien de inzameling van de inzameldienst aan de orde is of die de wijze van aanbieding van bedrijfsafvalstoffen in de openbare ruimte betreffen. Afval in de openbare ruimte Wat betreft het afval in de openbare ruimte is het belang van het voorkomen van zwerfafval van belang. Zwerfafval ontstaat niet alleen door illegale dumping maar kan ook ontstaan uit huishoudelijk afval, bijvoorbeeld als dat verkeerd is aangeboden of als ter inzameling gereedstaand huishoudelijk afval is doorzocht of omgeschopt. Zwerfafval komt ook in de openbare ruimte terecht via het publiek rondom winkels, eet- en drinkgelegenheden, evenementen of reclame- en promotiecampagnes. De verordening bevat regels voor het bestrijden van zwerfafval. Gemeentelijk grondstoffenbeleid Bij de vaststelling van deze verordening is rekening gehouden met het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025. Dat betekent dat het college bij de uitvoering van deze verordening rekening zal houden met de kaders die in dit plan zijn vastgelegd, zoals het toepassen van omgekeerd inzamelen. Dit is een manier van inzamelen, waarbij het serviceniveau voor de inzameling van grondstoffen wordt verhoogd en voor restafval wordt verlaagd. Artikel 1: Begripsomschrijvingen Een aantal begrippen is nieuw aan deze verordening toegevoegd, zodat duidelijk is wat daarmee wordt bedoeld. Enkele nieuwe begrippen zijn college, grondstoffen, inzamelaar, maatschappelijke organisaties, recyclingstation en zwerfafval. Artikel 3: Afzonderlijke inzameling In de Afvalstoffenverordening 2016 is een uitvoerige lijst opgenomen van de afzonderlijk in te zamelen afvalstoffen. In de Afvalstoffenverordening 2020 is, vanwege het operationele karakter, opgenomen dat het college de lijst op- en vaststelt. Artikel 4: Inzamelmiddelen en –voorzieningen In de Afvalstoffenverordening 2020 is in de formulering van dit artikel aangesloten bij de implementatie van het omgekeerd inzamelen, waarbij de gemeente bepaalt van welke inzamelvoorziening gebruikt wordt en waar deze inzamelvoorziening geplaatst wordt. Deze wijziging maakt het inzamelen per verzamelcontainer mogelijk. Artikel 5: Frequentie van inzamelen In de Afvalstoffenverordening 2016 is opgenomen in welke frequentie wordt ingezameld. In de Afvalstoffenverordening 2020 is, vanwege het operationele karakter, opgenomen dat het college de frequenties op- en vaststelt. Dit gebeurt in lijn met deze verordening en met het Gemeentelijk Grondstoffenplan 2015-2025. Artikel 14: Maatschappelijke organisaties Het afval van maatschappelijke organisaties valt onder de definitie van bedrijfsafval. Het inzamelen van bedrijfsafval is een economische activiteit en valt daarmee niet onder de wettelijke zorgplicht van de gemeente. Ingevolge de Wet markt en overheid (dit betreft de artikelen 25g t/m 25m van de Mededingingswet) gelden voor overheden die economische activiteiten verrichten bepaalde gedragsregels om concurrentievervalsing te voorkomen. Deze gedragsregels zijn: • Integrale kostendoorberekening: overheden moeten ten minste de integrale kosten van hun goederen of diensten in hun tarieven doorberekenen aan de afnemers. • Bevoordelingverbod: overheden mogen hun eigen overheidsbedrijven niet bevoordelen ten opzichte van concurrerende bedrijven. De raad kan besluiten dat bepaalde economische activiteiten worden uitgezonderd van de werking van de Wet markt en overheid door deze aan te wijzen als zijnde een activiteit in het algemeen belang. Dit is nu relevant voor de afvalinzameling bij maatschappelijke organisaties en het gemeentehuis vanwege: • De activiteiten in het kader van het landelijke concept afvalvrije scholen, waar gemeente Baarn reeds actief aan deelneemt. • Het maatschappelijke educatieve karakter aan vooral de jeugd. Daar waar afval scheiden thuis wordt bijgebracht en gestimuleerd, dient dit gedrag ook zichtbaar te zijn op school en op de (sport)vereniging. • Maatschappelijke organisaties met een overwegend openbare-publieke functie, zoals de gemeente, hebben hierin eveneens een voorbeeldfunctie te vervullen. In de Memorie van toelichting bij artikel 10.23, derde lid, van de Wet Milieubeheer staat: Ten aanzien van de inzameling van bedrijfsafvalstoffen of gevaarlijke afvalstoffen mogen gemeenten in het belang van de bescherming van het milieu regels stellen. Gemeenten mogen hun bevoegdheid niet benutten ter bevoordeling van de eigen inzameldienst en ten nadele van andere aanbieders op de markt. Mits met inachtneming van deze randvoorwaarden kan de inzameldienst aangewezen categorieën afvalstoffen inzamelen uit bijvoorbeeld de kantoren-, winkels- en dienstensector (KWD-afval) en de horecasector. Het milieubelang kan zijn gelegen in geluidhinder, (brand-)veiligheid, overlast en dergelijke; maar ook inzamelefficiency kan een aanleiding vormen. Op basis van dit artikel kan de inzameldienst ook bij scholen actief zijn. Een actueel praktijkbelang wordt gevormd door milieueducatie: het bijbrengen van goed afvalscheidingsgedrag zoals dat in de thuissituatie is vereist en op school navolging en stimulering verdient. Artikel 20a Artikel 20a heeft als doel om de verspreiding van ongewenst drukwerk te voorkomen. Afval voorkomen en afval verminderen is onmiskenbaar in het belang van de bescherming van het milieu. Inwoners van Baarn hebben de volgende mogelijkheden om hun voorkeur ten aanzien van de ontvangst van commercieel reclamedrukwerk en/of de huis-aan-huisbladen kenbaar te maken: Tabel Overzicht wanneer bezorging gewenst is en dus mag plaatsvinden Ongeadresseerd reclamedrukwerk Huis-aan-huisbladen Ja/ja-sticker Ja Ja Geen sticker Nee Ja Nee/ja-sticker Nee Ja Nee/nee-sticker Nee Nee In het eerste lid zijn de definities opgenomen met het onderscheid tussen ongeadresseerd reclamedrukwerk voor commerciële doeleinden en drukwerk van vrijwilligers- en overige niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen en huis-aan-huisbladen. Met ongeadresseerd reclamedrukwerk wordt in deze verordening bedoeld al het reclamedrukwerk dat zonder adres wordt aangeboden. Onder deze definitie vallen alle aanduidingen zonder toevoeging van een feitelijk adres, zoals bijvoorbeeld “aan de bewoners van dit pand of gebouw”. Drukwerk van vrijwilligers- en niet commerciële organisaties, waaronder ook politieke partijen, valt niet onder de definitie ‘ongeadresseerd drukwerk’. De gemeente kiest voor dit onderscheid omdat de huis-aan-huisbladen en pamfletten een belangrijke functie voor onder meer de nieuwsverspreiding op lokaal niveau en de sociale cohesie in de buurt hebben. Daarbij hebben deze bladen een lage frequentie. In de definitie van de ‘huis-aan-huisblad’ is een norm gehanteerd van tenminste 15% aan inhoudelijk buurtgericht nieuws. Hiermee wordt afgeweken van de 10% norm aan inhoudelijke content die landelijk door de Stichting Reclamecode gehanteerd wordt. Met het verhogen van de inhoudelijke content wordt een duidelijker onderscheid gemaakt tussen een redactioneel huis-aan-huisblad en een advertentieblad dat voornamelijk bestaat uit reclamemateriaal. In het tweede lid is bepaald dat de gemeente bezorging van ongeadresseerd reclamedrukwerk uitsluitend toestaat als de ontvanger onmiskenbaar met een JA/JA-sticker duidelijk heeft gemaakt hij het ongeadresseerde reclamedrukwerk wil ontvangen. Daarbij gaat het niet alleen om de bezorging maar ook om het laten bezorgen. De adverteerders dienen zich ook aan het opt–in systeem te houden. In het derde lid is bepaald dat huis-aan-huisbladen bezorgd mogen worden, tenzij de ontvanger onmiskenbaar duidelijk heeft gemaakt deze bladen niet te willen ontvangen. Artikel 22: Bestuurlijke boete Bij de bestuurlijke behandeling van het Integraal Handhavingsplan 2020-2022 is de vraag gesteld of bij milieuovertredingen (bijv. afvaldumping) het mogelijk is om een boete op te leggen en de overtreder zelf aantoonbaar laten maken onschuldig te zijn. Bij steeds meer gemeenten is het strafrechtelijk optreden tegen dit soort milieudelicten c.q., ergernissen in de openbare ruimte vervangen door een bestuurlijke boete. Dat is effectiever omdat in het strafrecht (Wet op de economische delicten) eerst de schuld van de overtreder bewezen moet worden (legaliteitsbeginsel) om een boete op te kunnen leggen, terwijl bij de bestuurlijke boete het ongedaan maken van de overtreding en het herstel van de vorige situatie centraal staan. Daarbij kunnen tevens de kosten worden verhaald op de overtreder. De bewijslast ligt gemakkelijker dan in het strafrecht, omdat de overtreder moet aantonen dat hij geen overtreding heeft begaan. De juridische basis voor de bestuurlijke boete geeft artikel 154b van de Gemeentewet en het hierop gebaseerde Besluit bestuurlijke boete overlast in de openbare ruimte van 15 december 2008. In artikel 154b, eerste lid, onder b van de Gemeentewet wordt aangegeven dat de raad bij verordening kan bepalen dat een bestuurlijke boete kan worden opgelegd voor overtreding van de in een verordening op grond van artikel 10.23 van de Wet milieubeheer (Wm) vastgestelde en strafbaar gestelde voorschriften. De Afvalstoffenverordening Baarn is een dergelijke verordening die op artikel 10.23 Wm is gebaseerd. In deze verordening zijn de overtredingen waar we het hier over hebben strafbaar gesteld (artikel 22). De Afvalstoffenverordening biedt echter geen mogelijkheid tot het opleggen van een bestuurlijke boete.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel