Naar hoofdinhoud
1.. De locatie bevindt zich: in de openbare ruimte, op gemeentegrond; op een verhard oppervlak; op hoogste punt in de bestrating; langs de openbare weg, zodanig dat doorgaand verkeer tijdens het inzamelen niet ernstig wordt belemmerd. 2.. De locatie bevindt zich niet: direct onder een raam of balkon van een woonhuis; voor een inrit, carport of garage; op een laad- en losplaats; in een parkeervak; in een gebied met het predicaat “beschermd stadsgezicht”; op een zodanige plek dat hinder vanwege geur, insecten en geluid optreedt; achter geparkeerde auto’s; naast een OV-halteplaats; in de directe nabijheid van een kruispunt dat met verkeerslichten is geregeld. 3.. De locatie is zodanig gesitueerd en ingericht dat er: vanuit de directe omgeving (ook ’s avond) voldoende zicht is op het gebruik; geen belemmering is in het zicht op verkeersborden, bewegwijzering, verkeerslichten, etc.; voldoende afstand is tot blusleidingen (brandkranen en/of afsluiters); geen beplanting/gazon over de locatie kan groeien; bij het legen van de container geen onherstelbare schade ontstaat aan bomen (kroon en wortels) in een volwassen stadium; voorkomen wordt dat “groensnippers” overblijven (voor groenvakken gelden minimale afmetingen); geen combinatie met een parkeerplaats optreedt; aan de straatzijde van de locatie een parkeerverbod kan worden ingesteld over een lengte van ten minste 15 m; geen bumper van een naast geparkeerd voertuig over de locatie kan steken; eenvoudig beheer en reiniging van de openbare ruimte mogelijk blijft; een goede bereikbaarheid is voor bewoners, ook voor rolstoelgebruikers en gebruikers zo weinig mogelijk een drukke weg behoeven over te steken; voor voetgangers en rolstoelgebruikers steeds ongehinderd gebruik mogelijk is van doorlooproutes op het trottoir; bij het inzamelen een veilige mogelijkheid is tot stoppen en werken; op de weg een vlak (maximaal 3% helling naar enige zijde) en recht wegdek is over een lengte van 20 m; naar de locatie voor het inzamelvoertuig een eenvoudige route beschikbaar is zonder manoeuvres achteruit, met: een draaicirkel van minimaal 25 meter; een bochtstraal van minimaal 9,5 m (over de bumper van het voertuig); een breedte van minimaal 3,05 m (over de spiegels); een lengte van minimaal 11 m; een vrije doorrijhoogte van minimaal 4 meter; een belading van 30 ton, verdeeld over 3 assen.

Rechtspraak bij dit artikel